| Tewerkstellingsmogelijkheden
'Wat voor werk kan ik met dit diploma vinden?'
Op deze vraag komt altijd een zeer breed antwoord: 'Gezinswetenschappers'
zijn in veel sectoren en beroepen aan de slag.
>> Het competentieprofiel
geeft een idee van de brede waaier van rollen die afgestudeerden
vervullen.
De volgende functies staan in elk geval open voor
houders van het diploma Gezinswetenschappen:
* in het algemeen welzijnswerk (CAW’s, OCMW’s) en
in de geestelijke gezondheidszorg (CGG).
* in de kinder- en gezinszorg:
- sociaal-pedagogische functie in kinderdagverblijven;
- dienstverantwoordelijke in diensten voor opvanggezinnen;
- als leidinggevende in buitenschoolse kinderopvang;
- als begeleidend personeel in kraamcentra;
- als begeleidend personeel in Centra voor Integrale Gezinszorg;
- als begeleidend personeel in Centra voor Kinderzorg en Gezinsondersteuning;
- bij adoptiediensten.
* in de jeugdzorg:
- als begeleid(st)er in begeleidingstehuizen, gezinstehuizen, onthaal-,
oriëntatie- en observatiecentra, dagcentra, thuisbegeleidingsdiensten,
diensten voor begeleid zelfstandig wonen, diensten voor pleegzorg;
- als consulent(e) in comités voor bijzondere jeugdzorg of
bij de sociale dienst van de jeugdrechtbank.
* in de opvoedingsondersteuning:
het decreet op de opvoedingsondersteuning stipuleert brede toelatingsvoorwaarden
en stelt diverse functies open voor onze afgestudeerden, bijvoorbeeld:
medewerk(st)er in opvoedingswinkels, bij de Opvoedingslijn of in
sociaal-culturele organisaties die vorming aanbieden voor opvoedingsondersteuning.
* in de gehandicaptenzorg: als coördinator/coördinatrice
of begeleid(st)er in projecten zelfstandig wonen, thuisbegeleidingsdiensten,
diensten voor begeleid wonen, beschermd wonen.
* in de sector van tewerkstelling en opleiding aan personen met
een beperking:
- in centra voor beroepsopleiding of omscholing;
- in arbeidstrajectbegeleiding;
- in centra voor gespecialiseerde voorlichting bij beroepskeuze.
* in de sector van het opbouwwerk: als coördinator/coördinatrice,
educatief staflid of als opbouwwerk(st)er.
* in de migrantensector: in integratie- en ondersteuningscentra
voor etnisch-culturele minderheden: als medewerk(st)er of als coördinator/coördinatrice
of directeur/directrice (mits ervaring).
* in het onderwijs:
- in basiseducatie als educatief personeelslid;
- in CLB’s als intercultureel medewerk(st)er of als psycho-pedagogisch
werk(st)er;
- in het kader van het zorgbeleid (als zorgcoördinator- of
coördinatrice).
* in de ouderenzorg en thuiszorg: als coördinator/coördinatrice,
als centrumleid(st)er, als begeleidend personeel, als activiteitenbegeleid(st)er,
maar ook als verzorgende en als indicatiestel(l)(st)er in de zorgverzekering.
* in het sociaal-cultureel werk: als directeur/directrice of voor
educatieve functies.
* bij de overheid: niveau 2+ bij de federale overheid, niveau B
bij de Vlaamse overheid (volgens K.B. van 16/09/94 zie ook www.selor.be).
* bij de politie: als politie-assistent(e) (ondermeer in de dienst
‘slachtofferbejegening’ binnen de politie).
>>
Meer uitgebreide informatie vindt u in het document 'Tewerkstellingsmogelijkheden
voor afgestudeerden'.
>> Een overzicht
van actuele vacatures die ons worden bezorgd, vindt u op de pagina
voor afgestudeerden.
Waar komen afgestudeerden terecht?
In 1993 vroegen we afgestudeerden naar hun ervaringen op de arbeidsmrakt
na de opleiding gezinswetenschappen. De resultaten daarvan staan
in de publicatie 'LeerWerk-WeerWerk'.
In 2003 deden we opnieuw een grootschalig onderzoek:
500 afgestudeerden kregen een vragenlijst in hun brievenbus. We
wilden de arbeidsmarktsituatie van afgestudeerden gezinswetenschappen
in kaart brengen. We vroegen ons af waar afgestudeerden terechtkomen
en met welke motivatie ze de opleiding volgden.
Intermenselijke vaardigheden verfijnen, verder studeren, zich bijscholen,
een diploma halen en tekorten uit een vorige opleiding wegwerken
zijn de belangrijkste drijfveren die volwassenen aanzetten om de
opleiding te volgen.
De bezoldigde beroepsactieven zijn na de opleiding sterk
toegenomen. Er zijn meer vrouwen beroepsactief geworden dan mannen.
(Mannen waren al tijdens de opleiding bijna allemaal beroepsactief.)
De studenten met de laagste vooropleiding vonden, althans vanuit
het tewerkstellingsoogpunt, het meeste baat bij het volgen van de
opleiding.
Voor de totale groep beroepsactieven was er een stijging van het
aantal voltijds werkenden en een toename van de groep die in de
social-profit sector werkt. Na het volgen van de opleiding zijn
meer mensen een functie in de begeleiding, zorg- of hulpverlening
gaan vervullen.
Tweederde van de beroepsactief geworden huisvrouwen zegt
werk gevonden te hebben dankzij het volgen van de opleiding.
Tweederde van de werklozen is er in geslaagd werk te vinden
na het volgen van de opleiding, de meerderheid voltijds. Een grote
meerderheid van werkvinders zegt door het volgen van de opleiding
werk gevonden te hebben.
Uit het onderzoek blijkt een algemene grote tevredenheid bij de
afgestudeerden over de opleiding en over de mogelijkheden in het
werk.
U leest de conclusies in het rapport:
>>
'Gezinswetenschappen studeren: zich in werk en leven opnieuw positioneren?!'
>>
Lees de samenvatting
>>
Bestel de brochure
Hoe denken werkgevers over de afgestudeerden Gezinswetenschappen?
Eind januari 2004 peilden we bij een vijftiental werkgevers naar
hun inschatting van de kwaliteit van de opleiding.
De ondervraagde werkgevers zijn het er allen over eens dat de afgestudeerden
gezinswetenschappen die zij in dienst hebben, beschikken over een
brede theoretische kennis. De eventueel ontbrekende vakkennis, eigen
aan hun specifieke werkterrein, wordt door gezinswetenschap(st)(p)ers,
mede dankzij die sterke basis, snel opgepikt.
Wat de technische vaardigheden betreft, zien de werkgevers de afgestudeerden
gezinswetenschappen sterk scoren op het vlak van gesprekstechnische
vaardigheden, evaluatietechnieken en (mondelinge) rapportering.
De meeste respondenten voegden daar aan toe dat de vaardigheden
die direct gerelateerd zijn aan het eigen werkveld, ‘on the
job’ moeten aangeleerd worden. Gezinswetenschappen biedt de
nodige brede basis daartoe.
Als sterke attitudes onderlijnen de werkgevers vooral de capaciteit
om zelfstandig te kunnen werken en toch een actieve rol te spelen
in teamverband.
Volgens de meeste werkgevers kunnen de afgestudeerden gezinswetenschappen
goed de vergelijking doorstaan met de collega’s met een diploma
maatschappelijk werk of opvoeder op zak. Zij juichen toe dat de
toelatingsvoorwaarden voor veel functies die verband houden met
sociaal werk, ook de houders van het diploma gezinswetenschappen
een kans geven. Volgens hen past dat in de tendens om voor sociaal
werk te rekruteren uit een bredere waaier van opleidingsprofielen.
Verder studeren na Gezinswetenschappen?
Het flexibiliseringsdecreet voor het hoger onderwijs creëert
diverse kansen om op basis van uw elders verworven competenties
(EVC) en kwalificaties (EVK) een verkort studietraject aan te vragen
voor de opleiding die u na Gezinswetenschappen zou willen aanvatten.
De administratie van hoger onderwijs heeft een brochure
uitgebracht die je wegwijs maakt in de algemene procedures en principes
van flexibele studievoortgang.
>>
Bekijk de brochure 'Bewijs je bekwaamheid' op de website van Hoger
Onderwijs
We hebben zelf een overzicht gemaakt van de mogelijkheden tot verder
studeren met het bachelordiploma Gezinswetenschappen op zak:
>>
Verder studeren na Gezinswetenschappen
Zie ook:
>> Wat na
gezinswetenschappen?
>> Informatie voor oud-studenten
|