Startpagina I Het Instituut I Studenten I Projecten I Evenementen I Nieuws I Agenda I English Summary
   
   
   
ONDERZOEK LEERSTIJLEN  
   
 

Sinds het academiejaar 2000-2001 wordt jaarlijks een onderzoek naar de leerstijlen van de studenten van het eerste jaar Gezinswetenschappen uitgevoerd. Dit gebeurt in samenwerking met prof. dr. Peter Van Petegem, docent in de opleiding Gezinswetenschappen en professor aan het Departement didactiek en kritiek van de Universiteit Antwerpen.

Wat houdt dit onderzoek in?
Studenten vullen een uitgebreide vragenlijst in, bestaande uit een hele reeks uitspraken die te maken hebben met studeren. Op basis van de antwoorden van elke student wordt een persoonlijk leerstijlprofiel samengesteld waaruit af te lezen valt wat de sterke en zwakke kanten zijn van het leergedrag van de student. Het betreft dan de capaciteiten van de student om informatie te verwerken en het leerproces te sturen. Verder worden ook de motivaties van de student getoetst en de opvattingen over 'leren', kennis en onderwijs.

Begin oktober krijgen de eerstejaarsstudenten uitleg over de methode en de bedoeling van de leerstijlenvragenlijst. Vervolgens krijgen ze twee à drie weken tijd om de lijst thuis in te vullen en weer in te leveren.

Op basis hiervan worden korte individuele rapporten opgesteld. Eind november krijgen de studenten duiding bij de resultaten. Per lesgroep voorziet het HIG in een algemene uiteenzetting over de resultaten. Studenten die dat wensen, kunnen ook een persoonlijke feedback krijgen van de studiebegeleid(st)er. De behaalde scores houden op zich geen waardeoordeel in. Op sommige schalen is hoog scoren een goede indicator, op andere schalen is laag scoren positiever.

Vier thema's
De verschillende parameters die bevraagd zijn, kunnen herleid worden tot de vier reeds genoemde thema's:
1. Hoe verwerkt de student de leerstof?
Zoekt de student naar verbanden (diepteverwerking), memoriseert hij veel (stapsgewijze verwerking), wil hij de kennis onmiddellijk kunnen toepassen (concrete verwerking)? Meestal gebruiken studenten een combinatie van verwerkingsstrategieën. Wie laag scoort op diepteverwerking studeert misschien te oppervlakkig. Wie hoog scoort op stapsgewijze verwerking leert eventueel te vlug te veel uit het hoofd. Wie laag scoort op concrete verwerking blijft wellicht te theoretisch. Wie hierop hoog scoort kan voor zichzelf nagaan of hij niet teveel enkel studeert wat hij zich concreet kan voorstellen.

2. Hoe regelt de student het leerproces?
Wie laag scoort op zelfsturing dient zijn leerproces meer in de hand nemen. Studenten die hoog scoren op externe sturing (vanuit de school, door de docent) realiseren zich eventueel onvoldoende dat het hoger onderwijs zelfsturing vraagt. Wie blijkt hoog te scoren op stuurloosheid heeft misschien nog geen plaats kunnen geven aan het studieproces. Hulp zoeken is aangewezen. Toch moet dit genuanceerd worden: de enquêtes zijn vrij vroeg in het schooljaar afgenomen. Wellicht hebben studenten toch al een vorm van organisatie gevonden tegen het tijdstip dat de feedback gegeven wordt (o.a. door de inhoud van de extra lessen).

3. Met welke motivatie is de student aan de opleiding begonnen?
Studenten die erg certificaatgericht zijn en dit combineren met een lage diepteverwerking, lopen het risico te gedetailleerd te studeren en teveel van buiten te willen leren. Degenen die te weinig testgericht zijn, riskeren te weinig impulsen te hebben om zich blijvend in te zetten. Studenten die laag scoren op persoonlijke interesse studeren misschien te oppervlakkig.

4. Wat is de kijk van de student op 'leren of kennis'?
Wie studeren vooral bekijkt als het opdoen van feitenkennis, zal proberen zoveel mogelijk te onthouden om te kunnen reproduceren. Wie kennis wil opbouwen, zal de aangereikte zaken gebruiken als bouwstenen voor een eigen bestand. Hiervoor wordt dan een verscheidenheid van studieactiviteiten ontplooid. Wie laag scoort op kennisopbouw, dient na te gaan of hij voldoende tijd aan zelfstudie geeft, wat toch verwacht wordt in het hoger onderwijs. Een aantal studenten zien studeren vooral als het verwerven van kennis die direct bruikbaar is voor de praktijk. Je kan hier teveel op gericht zijn, zodat de theoretische kennis niet voldoende aan bod komt. Anderzijds dienen studenten die op dit item laag scoren misschien meer toepassingen te zoeken. Tenslotte zijn er een aantal studenten die veel verwachten van het Instituut of van de docent om hen kennis bij te brengen. Deze studenten sturen wellicht beter hun verwachtingen bij naar meer zelfstudie.

Na de algemene uitleg hebben studenten de mogelijkheid om hun persoonlijke resultaten met de studiebegeleider te bespreken. Een ruime groep studenten heeft aangegeven zichzelf wel te herkennen in hun leerstijlenprofiel.

Onderzoeksgegevens
Op basis van het leerstijlenonderzoek in de opleiding Gezinswetenschappen voerde de onderzoekgroep EduBROn van de Universiteit Antwerpen een onderzoek naar de leerstijlen van volwassenen.

De resultaten hiervan werden voorgesteld op een studiedag op donderdag 28 oktober 2010, 'Leren van volwassenen: een kwestie van stijl? Hoe leerpatronen wijzigen doorheen de studietijd', en in de uitgave‘Onderwijs aan volwassenen - inspelen op verschillen in leerpatronen’.

>> Bekijk de presentaties en meer informatie over het boek.

>> Lees de resultaten van eerder uitgevoerd onderzoek.

   
   
   
   
   
   
   
   
Huidige studenten



Toekomstige studenten