Startpagina I Het Instituut I Studenten I Projecten I Evenementen I Nieuws I Agenda I English Summary
   
   
   
HUIDIGE STUDENTEN AAN HET HOGER INSTITUUT VOOR GEZINSWETENSCHAPPEN  
   
 

Projectwerking

Principes
Het projectonderwijs in het eerste en het tweede studiejaar geeft de studenten de kans om de kennis die ze vergaren via het ex cathedra onderwijs, actief en op een multidisciplinaire manier te integreren met hun elders verworven competenties en ervaringen. Daarnaast zullen ze via de projectwerking diverse vaardigheden kunnen verwerven en/of aanscherpen.

Projectwerking bestaat erin dat de studenten in groepen van twintig tot dertig studenten onder begeleiding van een projectbegeleid(st)er werken over een concreet thema, een ‘actuele maatschappelijke uitdaging en de invloed daarvan op het gezin’ . De projectbegeleid(st)ers stellen thema’s voor die aansluiten bij hun praktijkervaring in het sociaal werk of bij hun wetenschappelijke discipline. De studenten gaan vervolgens in subgroepjes van vier à vijf aan de slag met een deelaspect. De resultaten leggen ze neer in een schriftelijk werkstuk.

De doelstellingen van het projectonderwijs liggen dus op verschillende niveaus:
1. Kennis uit verschillende disciplines leren integreren: één deelthema of een vraagstelling over een algemeen thema in verband met het gezin onderzoeken en uitdiepen vanuit verschillende invalshoeken (sociologisch, psychologisch, juridisch…).
2. Leren systematisch opzoeken en selecteren van relevante informatie.
3. Leren ordenen en verwerken van de geselecteerde informatie.
4. Leren werken in groep: taken verdelen, vergaderen, verslag maken van vergaderingen, afspraken maken en naleven, meningsverschillen uitspreken, mogelijke conflicten uitklaren en oplossen.
5. Leren om eigen opvattingen te confronteren met die van anderen en met theoretische inzichten. De bedoeling is op die wijze de eigen zienswijze te relativeren, nuanceren, verruimen en verdiepen.
6. Leren op een geordende en systematische wijze de resultaten van het onderzoek te verwoorden in een eindverslag.

De projectwerking krijgt in elk studiejaar een eigen aanpak:
In het eerste jaar ligt de nadruk op literatuurstudie en het inoefenen van de daarbij horende methodieken: literatuur opzoeken, kritisch lezen, samenvatten, integreren van bevindingen, een commentaartekst schrijven, in groep bediscussiëren en een gezamenlijk eindverslag opstellen.

In het tweede jaar komt de praktijk van het onderzoek aan bod. Op basis van een literatuurstudie formuleren de studenten per groep een probleemstelling. Ze selecteren de meest relevante onderzoeksmethodologie (enquête, diepte-interviews, participerende observatie, inhoudsanalyse) en passen die toe. Deze praktijkverkenning wordt voorafgegaan door een inleiding op de sociale kaart.
Doel is dat de studenten leren:
- inschatten ‘wat ik lees of denk te weten, vind ik dat terug in de samenleving?’
- kritisch staan tegenover onderzoeksresultaten;
- een probleem plaatsen in het veld van het welzijnswerk.

De meeste projectgroepen bezoeken regelmatig relevante organisaties of documentatiecentra. De uitnodiging van externe experten maakt de werking gevarieerder, interessanter en actueler.

Op het einde van het academiejaar stellen de projectgroepen van het eerste en het tweede jaar het resultaat van een jaar samenwerken aan elkaar voor.
>> Enkele sfeerbeelden van de voorstellingen in juni 2006.





   
   
   
   
   
   
   
Huidige studenten



Toekomstige studenten