Afbeelding 
“Muslim Girls (European)” by Shazron

Gezinsondersteuning aan moslimgezinnen door zelforganisaties

PWO-project 'Gezinsondersteunend werk met moslimouders en -gezinnen: een gender-, cultuur- en levensbeschouwingssensitief vormingspakket voor zelforganisaties'

Moslimouders staan net als andere ouders voor een reeks uitdagingen  in hun gezinsleven en hebben al eens nood aan ondersteuning, maar hun specifieke gezinskwesties en complexe(re) opvoedingsvragen vragen soms bijzondere aandacht.

Migratie
Een familiale migratiegeschiedenis brengt voor het gezin en het familiale netwerk drastische sociale verschuivingen met zich mee. De opvoedingsonzekerheid die hier vaak uit voortvloeit wordt nog versterkt door maatschappelijke opvattingen over de invulling van gezinsrollen. Vaders lopen een vergroot risico om moeilijkheden te ondervinden in het (her)definiëren van hun vaderrol en partnerrol. Ook de uitgesproken opvoedingsonzekerheid over opvoeden van moslimkinderen in een niet-islamitische omgeving, kan aanleiding zijn voor een specifieke vraag naar ondersteuning. 
 
Vraag en aanbod
Ondanks de duidelijke nood sluiten vraag en aanbod op vlak van opvoedings- en gezinsondersteuning aan gezinnen met een niet-westerse migratieachtergrond nog te weinig op elkaar aan. Deze boodschap geven ook een aantal “zelforganisaties” die ervaring hebben in het ondersteunen van moslimgezinnen. Er is nood aan methodiekontwikkeling op vlak van opvoedings- en gezinsondersteuning voor deze gezinnen en aan adequate hulpbronnen op vlak van islamitische opvoeding in minderheidscontext, met de nodige aandacht voor het versterken van vaders en vaderschap. 
 
Gender-, cultuur- en levensbeschouwingssensitief vormingspakket
Met dit praktijkgericht onderzoek willen we aan deze noden tegemoet komen. We zullen een empirisch onderbouwd vormingspakket ontwikkelen dat actoren uit het werkveld een houvast biedt in hun ondersteunend en/of hulpverlenend werk bij moslimgezinnen. Hierbij vertrekken we enerzijds van de noden van ouders en anderzijds vanuit bestaande gezinsondersteunende initiatieven en methodieken gericht op moslimouders/gezinnen, georganiseerd vanuit “zelforganisaties” (of het “reguliere” sociale werkveld in samenwerking met zelforganisaties).
 
We hebben oog voor zowel relationele aspecten van contextgevoeligheid als voor inhoudelijke aspecten van opvoedkundige en gezinsgerelateerde vragen van ouders/gezinnen én voor het betrekken en bereiken van zowel moeders als vaders. Daarom spreken we van een “gender-, cultuur- en levensbeschouwingssensitief vormingspakket”. 
 
Onze aanpak
We volgen een ontwerpgerichte participatieve onderzoeksbenadering waarin “zelforganisaties” als partners actief worden betrokken in alle fases. Verschillende onderzoeksmethodes worden benut in een mixed methods onderzoeksdesign (kwalitatief en kwantitatief). Een diversiteit aan ouders wordt ruim bevraagd (websurvey) op hun ervaringen en noden inzake gezinsondersteuning. Een zo divers mogelijke vertegenwoordiging van actoren uit “zelforganisaties” wordt actief betrokken bij een praktijkverkenning (observatie, documentanalyse, interviews), het vorm en invulling geven van een vormingspakket inzake contextgevoelige gezinsondersteuning (focusgroepen, lerend netwerk) en bij het bijsturen, evalueren en verfijnen van dit pakket. Op basis hiervan wordt een definitieve versie van dit vormingspakket breed verspreid in samenwerking met partnerorganisaties. Verdere disseminatie gebeurt via bijscholingen en informatiekanalen van de hogeschool en publicaties.
 
Onderzoeksvragen:
  • Welke noden en verwachtingen leven er binnen moslimgezinnen, en in het bijzonder bij vaders, wat betreft opvoedings- en gezinsondersteuning? Hoe kunnen (zelf)organisaties van mensen met een migratieachtergrond daar beter op inspelen? Wat zegt dit over de rol van “zelforganisaties” in gezinsondersteuning?
  • Welke benaderingen en methodieken hanteren Vlaamse en Brusselse moslimorganisaties en/of organisaties van mensen met een migratieachtergrond in opvoedings- en gezinsondersteunende initiatieven gericht op moslimgezinnen? Wat kunnen we leren over de benadering van de thema’s gender, diversiteit en rol van religie? Hoe zien deze “zelforganisaties” hun eigen rol in (het bredere landschap van) gezins- en opvoedingsondersteuning? Kan er sprake zijn van een “islamitische sociale sector” en hoe relevant is dit voor de gezinsondersteuning van moslimouders?
  • Welke knelpunten ervaren deze actoren in het cultuur-, religie- en gendersensitief werken met moslimouders en -gezinnen?
  • Welke competenties en denkkaders onderscheiden actoren uit dit werkveld als noodzakelijk om op cultuur-, religie- en gendersensitieve wijze ondersteuning te kunnen bieden aan moslimouders en -gezinnen?
  • Welke impact heeft de implementatie van het - op basis van de analyse van bovenstaande deelvragen - ontwikkelde vormingspakket op de aanpak van opvoedings- en gezinsondersteunend werk bij  actoren en organisaties die het pilootvormingstraject hebben gevolgd? Draagt het bij tot (gepercipieerde of feitelijke) aangescherpte competenties op vlak van contextgevoelig werken? Hoe wordt de (bredere) inzetbaarheid van het vormingspakket geëvalueerd?
  • Welke is of kan de betekenis zijn van dit vormingstraject en de algemene bevindingen en conclusies uit dit onderzoek voor het “reguliere” aanbod opvoedings- en gezinsondersteuning en het bredere sociaal-agogisch werk?
Onderzoeksters: Kim Lecoyer en Samira Oizaz (Imane Kostet werkte mee aan het onderzoek tot 30/09/2018)
 
Dit onderzoek loopt in nauwe samenwerking met tweedejaars studenten Gezinswetenschappen in het kader van hun projectwerk.

In het academiejaar 2017-2018 werken de studenten mee aan het kwalitatieve luik van dit onderzoek. Aan de hand van een literatuurstudie en diepte-interviews met moslimouders gaan ze na welke opvoedingsvragen en –noden deze ouders hebben en wat hun concrete verwachtingen zijn van gezins- en opvoedingsondersteuning. Na de analyse van deze interviews schrijven de studenten een eindrapport met concrete aanbevelingen voor het werkveld. Ze vertalen, onder begeleiding van de onderzoekers, de bevindingen uit de interviews naar een algemene vragenlijst (websurvey) om meer ouders te kunnen bevragen. 

Vervolgens gaat een nieuwe groep tweedejaars studenten in het academiejaar 2018-2019 op pad met deze kwantitatieve vragenlijst om meer kwetsbare moslimouders te bereiken. Ze nemen de enquêtes face-to-face af en verwerken de resultaten in het online webformulier. De studenten verrichten tevens een literatuurstudie en koppelen deze aan eerste beschrijvende data van het huidige onderzoek. Ze werken aan een eindrapport met concrete aanbevelingen voor het werkveld om beter in te spelen op de opvoedingsvragen en noden van moslimouders. 

 
Beeld: (cc) “Muslim Girls (European)” by Shazron
Afbeelding 
“Muslim Girls (European)” by Shazron
Contact 
Kim Lecoyer

Telefoon: 02/240.68.40
E-mail: kim.lecoyer@odisee.be
Locatie: Campus Schaarbeek

© Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen