Afbeelding 

Beeld van de Huizen van het Kind 2016

Bevraging

In juni 2016 bevroeg Kind en Gezin 128 Huizen van het Kind over hun ervaringen.
Via een semigestructureerde bevraging gaven ze inkijk in de meerwaarde en knelpunten van hun werking, hoe ze hun 'trekkersrol' vorm gaven. Ze gaven informatie over de actoren die deel uitmaken van het samenwerkingsverband, het aanbod waarmee ze aan de slag zijn en de wijzen van bekendmaking die ze toegepast hebben.

Midden oktober 2016 liep de bevraging af.

Verwerking bevraging

Het Kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (HIG - Odisee) werd gevraagd om de 116 ingevulde vragenlijsten te verwerken.
Op basis van een kwalitatieve en kwantitatieve analyse schreven we een onderzoeksrapport, dat we verrijkten met heel wat citaten, en waarbij iedere stem een plaats kreeg. Op basis van onze analyse formuleerden we ook aanbevelingen.

>> Het onderzoekrapport 'De Huizen van het Kind in cijfers en ervaringen. Verwerking van de bevraging van Kind en Gezin' werd in juni 2017 afgewerkt. Onderaan deze pagina vindt u enkele van de belangrijkste bevindingen.
 

Kind en Gezin maakte een synthese van de leerervaringen uit de bevraging en het onderzoeksrapport van het HIG en bundelde alles in een eindrapport. 

>> Lees hier het eindrapport van Kind en Gezin

De resultaten werden door Kind en Gezin op 8 juni voorgesteld op het uitwisselingsmoment 'Huizen van het Kind', georganiseerd door Kind en Gezin, EXPOO, de provincies, het VBJK en het VCOK.

 

Enkele bevindingen uit het onderzoeksrapport van het kenniscentrum

De werkingscontouren van de Huizen van het Kind

  • In ruim de helft van de Vlaamse gemeenten en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is er een Huis van het Kind actief
  • Een vijfde van de huizen zijn intergemeentelijke huizen
  • In ruim een derde van de huizen is er geen formeel vrijgestelde tijd voor de coördinatie van de werking, in de overige huizen is die tijd veelal beperkt tot een halftijdse of minder
  • De samenwerkingsverbanden zijn verscheiden in omvang:
    • het aantal direct betrokken actoren varieert van 10 tot 56, gemiddeld genomen zijn er 25 actoren direct betrokken (minimaal, gemiddeld of kernpartner);
    • het aantal kernpartners varieert van 0 tot 32, gemiddeld genomen geven 11 kernpartners vorm aan de werking van het Huis van het Kind
  • Verschillende domeinen zijn in de samenwerkingsverbanden van de huizen vertegenwoordigd:
    • Actoren uit de domeinen gezondheid, opvoedingsondersteuning en preventieve gezinsondersteuning, opvang en vrije tijd, opvang baby’s en peuters en het lokaal bestuur en het OCMW zijn in de overgrote meerderheid van de huizen betrokken
  • Ruim 70% is bereikbaar in een fysiek huis en 2/3de van de huizen bundelt (een deel van) hun aanbod op een fysieke locatie
  • Ruim 70% zet verschillende bekendmakingskanalen in:
    • 70% van de huizen zet folders in
    •  2/3de van de huizen is telefonisch bereikbaar of beschikt over een website
    • Iets meer dan de helft van de huizen maakt gebruik van Facebook 

Wat doen ze? Waar zetten ze op in?

  • Voor het merendeel van de huizen was de samenwerking op de rails krijgen een topic
  • Iets meer dan twee derde van de huizen deed inspanningen om hun werking voor gezinnen zichtbaar te maken, om en bij de helft van de huizen ondernam acties om moeilijk te bereiken doelgroepen te bereiken
  • De overgrote meerderheid van de huizen richt zich tot kinderen van 0 tot 12 jaar en hun ouders, ruim 3/4de van de huizen richt zich tot tieners tot 18 jaar en hun ouders of richt zich tot toekomstige ouders
  • Ouderschap en opvoeding, ontmoeting en sociale cohesie, gezondheidszorg, onderwijs en opvang en vrije tijd hebben in het merendeel van de huizen hun weg gevonden in de werking
    • De huizen zetten daarvoor het meest uitgesproken in op het in kaart brengen van het aanbod en op afstemming van het aanbod
    • Co-creatie van aanbod komt het meest frequent voor (om en bij de 45%) in de domeinen ouderschap en opvoeding, en ontmoeting en sociale cohesie
  • Ruim 3/4de van de huizen zet mee in op lokale kinderarmoedebestrijding
  • De helft van de huizen heeft een vrijwilligerswerking of maakt daarvoor plannen
  • Een derde van de huizen zette stappen om burgers in hun werking te betrekken of voorzien initiatieven om de participatie van gebruikers te bevorderen

Sterktes en meerwaarde van de huizen

  • Samenwerking: (nieuwe) partners leren kennen, uitbreiding en groter draagvlak van de werking, betere doorverwijzing, uitwisseling van ervaring en expertise, bovenlokale ondersteuningsinitiatieven, uitbreiding en efficiëntere inzet van middelen (o.a. gezamenlijke subsidieaanvragen)
  • Versterkt en uitgebreider aanbod (o.a. spel- en ontmoeting, online, aanbod voor kansengroepen), betere toegankelijkheid van het aanbod (o.a. bekendmaking en bekendheid, fysieke of online bundeling) en een beter bereik (nieuwe groepen)
  • Betere zorgafstemming en meer integraal en sectoroverschrijdend werken

Wat vraagt nog verder ontwikkelingswerk of ondersteuning?

  • Verduidelijking en stroomlijning van de verwachtingen t.a.v. actoren (o.a. afstemming bovenlokale verwachtingen – lokale uitvoering, wegwerken administratieve taaklast)
  • Coördinatie- en werkingsmiddelen
  • Uitbreiding van mogelijkheden om met lokale en regionale actoren samen te werken, actoren actief betrekken en betrokken houden, gedeelde visie(ontwikkeling), communicatie
  • Afstemming op lokale noden en behoeften (cf. meer dan de helft van de huizen kon daarin nog geen stappen zetten of is zoekende)
  • Beschikbaarheid, bekendheid en bereik:
    • Bereik van alle gezinnen en van kansengroepen
    • Jongvolwassenen (18+) en hun ouders (cf. is in om en bij de helft van de huizen een groep tot wie ze zich richten) en ouders met een kinderwens (cf. is in een vijfde van de huizen een richtgroep)
    • Participatie van burgers, gezinnen, ouders, kinderen en jongeren (cf. om en bij een derde van de huizen zette stappen om burgers in hun werking te betrekken of voorzien initiatieven om de participatie van gebruikers te bevorderen
  • Professionalisering: vraag naar (meer) uitwisseling, ondersteuning op maat, procesbegeleiding en opvolging, ondersteuning van vrijwilligers, versterking van de toegankelijkheid, continuering van de inzet van kansengroepexpertise
     

Onderzoekers: Kristien Nys & Kathleen Emmery

Timing: december 2016 -  juni 2017

 

Share it now!
© Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen