Startpagina I Het Instituut I Studenten I Projecten I Evenementen I Nieuws I Agenda I English Summary
   
   
   
DOSSIER 'Van Schaarbeek tot Bologna'  
   
 

Bachelor in de gezinswetenschappen

De opleiding gezinswetenschappen werd op 24 september 2007 bij besluit van de NVAO geaccrediteerd als ‘professioneel gerichte bachelor'. Deze accreditatie geldt vanaf 24 september 2007 tot en met het einde van het academiejaar 2015-2016. Dit besluit verscheen op 23 november 2007 in het Belgisch Staatsblad [met correctie op 10/01/08].

>> Accreditatierapport en NVAO-besluit
>> Vermelding in Belgisch Staatsblad

Vanaf 1 september 2008 wordt de opleiding van het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen overgedragen aan de Hogeschool-Universiteit Brussel. De Vlaamse Regering heeft de intentieverklaring hiertoe op 10 juli 2008 goedgekeurd. Beide onderwijsinstellingen ondertekenen het akkoord voor de overdracht op 28 augustus 2008.

Het Decreet betreffende het onderwijs XVIII, op 25 juni 2008 goedgekeurd door het Vlaams Parlement, wijzigt het artikel 129 van het Decreet betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen van 4 april 2003, kortweg het 'Structuurdecreet', door toevoeging van een § 6. Deze bepaalt dat de afgestudeerden van een opleiding uit het volwassenenonderwijs ('gegradueerden'), die is geaccrediteerd en overgedragen naar een hogeschool, automatisch de titel 'bachelor' mogen voeren. Dit geldt voor alle sinds 1988 afgestudeerden in de gezinswetenschappen. Zij hoeven hiervoor geen nieuw diploma aan te vragen.
>> Lees hier hoe u dit als afgestudeerde best kunt staven.

Gezinswetenschappen in het Hogeronderwijsregister:
>> www.hogeronderwijsregister.be

Nieuwsberichten:

Persbericht 27 augustus 2008
Gezinswetenschappen maakt overstap naar hoger onderwijs
Op 28 augustus draagt het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen de opleiding Gezinswetenschappen over aan de Hogeschool-Universiteit Brussel-EHSAL. Deze opleiding is er als eerste uit het volwassenenonderwijs in geslaagd een accreditatie te verwerven en zich om te vormen tot een volwaardige professionele bacheloropleiding. Vanaf 1 september 2008 is de overdracht een feit. Hiermee is de wettelijke basis gecreëerd voor de uitreiking van het diploma 'bachelor in de gezinswetenschappen'. Beide instellingen ondertekenen het akkoord op 28 augustus 2008.

Gezinswetenschappen is een driejarige opleiding die gezinnen en gezinsrelaties in hun maatschappelijke context bestudeert. Het programma bereidt voor op diverse functies in de brede welzijnssector. Jaarlijks volgt een 1.000-tal volwassenen de lessen.

Deze schaalvergroting heeft duidelijke voordelen, maar houdt ook risico's in. Voor HIG-directrice Gaby Jennes blijft het pedagogisch project vooropstaan: “Ook in het hoger onderwijs blijft onze opleiding gericht op studenten die reeds een zekere levenservaring en over een pakket elders verworven kwalificaties of competenties beschikken. We blijven (gast)docenten aantrekken die een rijke expertise aanbrengen vanuit verschillende disciplines en professionele contexten. We waken over het pluralistisch karakter van onze opleiding.” Dirk De Ceulaer, voorzitter van het directiecomité van de HUBrussel, wil er alles aan doen om de eigenheid van deze opleiding te vrijwaren: “Ook in de toekomst moeten volwassenen studeren kunnen blijven combineren met werk, gezin en andere engagementen”, verzekert hij.

Het Onderwijsdecreet XVIII bepaalt dat niet alleen de nieuwe afgestudeerden maar ook alle eerder als 'gegradueerde' afgestudeerde cursisten de titel van 'bachelor in de gezinswetenschappen' mogen dragen. Concreet betekent dit: alle sinds 1988 afgestudeerden.

Onderwijsminister Frank Vandenbroucke is tevreden met deze beslissing: “Nu de opleiding Gezinswetenschappen op het juiste kwalificatieniveau getild is, wordt het diploma van de vele afgestudeerden correcter gewaardeerd. Alle studenten die sinds 1988 een diploma behaald hebben, krijgen op deze manier toegang tot bachelor-na-bachelor-opleidingen en tot schakelprogramma’s naar een masteropleiding. Ook voor werkgevers bestaat er nu geen discussie meer over de waarde van dit diploma. Natuurlijk reken ik erop dat de dynamiek die het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen de voorbije jaren rond deze opleiding heeft ontplooid, verder gezet wordt binnen de structuren van HUBrussel-EHSAL.”
>> Download het persbericht als pdf

Juni 2008
Afgestudeerden gezinswetenschappen nu ook ‘bachelor’
Op 25 juni werd door het Vlaams Parlement in plenaire vergadering het Decreet betreffende het onderwijs XVIII aangenomen. Dit decreet regelt diverse aspecten op alle niveaus van het Vlaamse onderwijs. Voor ons is artikel V.36bis van het grootste belang. Dit artikel wijzigt artikel 129 van het Decreet betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen van 4 april 2003, kortweg het 'Structuurdecreet', waarmee de banama-structuur in het Vlaamse hoger onderwijs werd ingevoerd. Artikel 129 daarvan regelt de uitreiking van de bachelor- en masterdiploma's. Artikel V.36bis van Decreet XVIII bepaalt dat aan art. 129 een zesde paragraaf wordt toegevoegd, die luidt als volgt:

'De graad van gegradueerde, die een Centrum voor Volwassenenonderwijs heeft uitgereikt ten aanzien van een op grond van artikel 57ter geaccrediteerde opleiding, in de periode voorafgaand aan de uitreiking van het nieuwe bachelordiploma door de ontvangende ambtshalve geregistreerde instelling of door het overdragende Centrum voor Volwassenenonderwijs en de ontvangende ambtshalve geregistreerde instelling gezamenlijk in toepassing van artikel 57ter, §5, is gelijkgeschakeld met de graad van bachelor. De houders van die graden zijn gerechtigd tot het voeren van de titel van bachelor.'

In mensentaal: indien een opleiding van een Centrum voor Volwassenenonderwijs wordt geaccrediteerd als een bachelor en overgedragen naar een hogeschool, zoals het geval is met gezinswetenschappen, mogen niet alleen de nieuwe afgestudeerden maar ook alle eerder als 'gegradueerde' afgestudeerde cursisten de titel van 'bachelor in de gezinswetenschappen' dragen. Voor onze opleiding betekent dit: alle sinds 1988 afgestudeerden!

Daarmee krijgen zij toegang tot de banaba-opleidingen of de brugprogramma's naar een masteropleiding. Ook op de arbeidsmarkt is dan geen discussie meer over de waarde van dit diploma. Wij danken iedereen die er mee voor heeft gezorgd dat dit dossier tot een goed einde kwam en we wensen alle 'bachelors' heel veel succes met hun verdere werk- of studieloopbaan.

Deze omschakeling gebeurt automatisch! Afgestudeerden hoeven dus geen nieuw diploma aan te vragen. Het volstaat dat zij, bij solicitaties of vervolgopleidingen, verwijzen naar de nieuwe § 6 van art. 129 van het Structuurdecreet, zoals hierboven geciteerd.

April 2008
Mogen ook de afgestudeerden gezinswetenschappen de titel 'bachelor' voeren?
Deze vraag wordt ons tal van keren per week gesteld. Vooral afgestudeerden die een vervolgopleiding willen starten, een 'banana' of 'bachelor na bachelor', of die een masteropleiding ambiëren, kampen met de aanslepende onzekerheid over deze kwestie.

Op 8 januari 2008 stelde Vlaams volksvertegenwoordiger Stern Demeulenaere (Open VLD) hierover een schriftelijke vraag (nr. 108) aan Vlaams minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke. Zij verwees naar de overgangsmaatregelen die in het verleden werden genomen om de meest diverse graduaatsopleidingen, ongeacht hun kwaliteit of studieduur, om te vormen tot een 'bachelor'. Gezinswetenschappen is een opleiding waarvan de kwaliteit is aangetoond en die reeds geaccrediteerd is als een bachelor. Zij vraagt dan ook om een regeling te treffen en de vroegere graduaatsopleiding (sinds 1988) gelijk te schakelen met de titel en het diploma van bachelor.

De minister antwoordde met een principieel ja.
We citeren: ‘Als de "oude" graduaatsopleiding volledig vergelijkbaar is met de "nieuwe" bacheloropleiding valt voor zo een gelijkschakeling iets te zeggen. Ik zal onderzoeken of en onder welke voorwaarden dit kan, en bij een positief resultaat voorstellen om daartoe de nodige rechtsgrond te creëren’.
(gepubliceerd op de website van het Vlaams Parlement op 25 februrai 2008)

Ook uit diverse contacten met het kabinet bleek een duidelijke bereidheid om het nodige te doen. De formele beslissing staat voor einde mei op het programma van de Vlaamse Regering, samen met de goedkeuring van de intentieverklaring voor de overdracht van gezinswetenschappen aan een hogeschool (EHSAL). Meteen moet ook de opname van gezinswetenschappen in het hoger onderwijsregister, waarvoor de aanvraag is ingediend door EHSAL, rond zijn. De datum van de overdracht is vastgelegd op 1 september 2008.

25 september 2007: Eindoordeel NVAO positief
Gezinswetenschappen geaccrediteerd!
Op 24 september ontvingen wij het besluit van de NVAO betreffende onze accreditatie-aanvraag: het eindoordeel is positief! Dat betekent dat de opleiding gezinswetenschappen wordt geaccrediteerd als ‘professioneel gerichte bachelor’. Daarmee is zij de eerste hogere opleiding voor sociale promotie (HOSP) die deze stap heeft gezet.

De komst van de ‘bachelor’ heeft grote gevolgen voor de instelling. Het HIG mag het bachelordiploma immers pas uitreiken als ze integreert in een hogeschool. De onderhandelingen met een potentiële partnerhogeschool zijn volop aan de gang. De verwachting is dat een intentieverklaring volgende maand zal rond zijn. Zodra deze wordt bekrachtigd door de Vlaamse regering zal gezinswetenschappen officieel worden opgenomen in het hoger onderwijsregister. Daarmee heeft de studie van het gezin voor het eerst in de onderwijsgeschiedenis in Vlaanderen een volwaardige plaats gevonden binnen het hoger onderwijs.

Hieronder citeren we letterlijk uit het besluit en geven we nog eens het overzicht mee van de oordelen van de visitatiecommissie en het eindoordeel van de NVAO.

Besluit van de NVAO
betreffende de accreditatie van de bachelor in de gezinswetenschappen (professioneel gerichte bachelor) van het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen vzw Centrum voor Volwassenenonderwijs.

De NVAO,
na beraadslaging,
besluit:

Met toepassing van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen, wordt het accreditatierapport en –besluit met positief eindoordeel voor de opleiding bachelor in de gezinswetenschappen (professioneel gerichte bachelor) van het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen vzw Centrum voor Volwassenenonderwijs, goedgekeurd en wordt de opleiding geaccrediteerd. Het betreft een opleiding zonder afstudeerrichtingen, georganiseerd te Brussel.

Deze accreditatie geldt tot en met het einde van het academiejaar 2015-2016.

Den Haag, 24 september 2007
Guy Aelterman, vice-voorzitter NVAO

Overzicht oordelen visitatiecommissie
De onderstaande tabel geeft per onderwerp en per facet het oordeel van de visitatiecommissie weer.

   
Score per facet
Score per onderwerp
Onderwerp 1. Doelstellingen
V
Facet 1.1 Niveau en oriëntatie
G
 
Facet 1.2 Domeinspecifiek referentiekader
V
 
Onderwerp 2. Programma
V
Facet 2.1 Eisen professionele gerichtheid
G
 
Facet 2.2 Relatie doelstellingen-programma
V
 
Facet 2.3 Samenhang programma
V
 
Facet 2.4 Studielast
V
 
Facet 2.5 Toelatingsvoorwaarden
V
 
Facet 2.6 Studieomvang
V
 
Facet 2.7 Afstemming tussen vormgeving en inhoud
G
 
Facet 2.8 Beoordeling en toetsing
V
 
Facet 2.9 Masterproef
n.v.t.
 
Onderwerp 3. Inzet personeel
V
Facet 3.1 Eisen professionele gerichtheid
G
 
Facet 3.2 Kwantiteit
V
 
Facet 3.3 Kwaliteit
E
 
Onderwerp 4. Voorzieningen
V
Facet 4.1 Materiële voorzieningen
G
 
Facet 4.2 Studiebegeleiding
G
 
Onderwerp 5. Interne kwaliteitszorg
V
Facet 5.1 Evaluatie resultaten
V
 
Facet 5.2 Maatregelen tot verbetering
V
 
Facet 5.3 Betrokkenheid
V
 
Onderwerp 6. Resultaten
V
Facet 6.1 Gerealiseerd niveau
V
 
Facet 6.2 Onderwijsrendement
V
 

Scores per facet kunnen variëren tussen:
O = onvoldoende
V = voldoende
G = goed
E = excellent

Scores per onderwerp kunnen variëren tussen:
O = onvoldoende
V = voldoende
Eindoordeel van de visitatiecommissie: positief

Overzicht oordelen NVAO
De onderstaande tabel geeft per onderwerp het oordeel van de NVAO weer.

Onderwerp
Oordeel
1. Doelstellingen
V
2. Programma
V
3. Inzet personeel
V
4. Voorzieningen
V
5. Interne kwaliteitszorg
V
6. Resultaten
V

Scores kunnen variëren tussen:
O = onvoldoende
V = voldoende
Eindoordeel van de NVAO: positief
>> Bekijk het volledige accreditatierapport en het NVAO-besluit via de website van de NVAO

Reacties in de pers:
>> De Bond van 28/09/07: 'Gezinswetenschappen eindelijk erkend voor een bachelordiploma!'

30 augustus 2007: Bijkomend visitatierapport verzonden aan NVAO
Op basis van onze nota over mogelijke pistes voor de instroombegeleiding van studenten zonder EVC/EVK in de - toekomstige - bachelor in de gezinswetenschappen (zie hieronder), heeft de visitatiecommissie op 20 augustus een korte bijkomende beoordeling opgesteld. Dit korte aanvullende visitatierapport werd op 30 augustus verstuurd naar de NVAO.

25 juni 2007: Visitatie & accreditatie: de laatste stap
Op 15 februari 2007 ontving de Nederlands-Vlaamse accreditatieorganisatie (NVAO) in Den Haag onze aanvraag in tot accreditatie; op 6 maart werd deze ontvankelijk verklaard.
Naar aanleiding van de behandeling hiervan werd op 24 mei 2007 een mondelinge hoorzitting georganiseerd om een aantal vragen uit te klaren. In haar verslag neemt de hoorzittingscommissie ten volle ‘akte van de conclusie van de visitatiecommissie dat de opleiding het kwaliteitsniveau van een professionele bachelor haalt’. Er blijft enkel de vraag hoe het HIG zal omgaan met de mogelijke instroom van 18-jarige generatiestudenten, in geval de opleiding zou geaccrediteerd worden en dus overgedragen naar een hogeschool.
Daarop heeft de NVAO in een korte ‘follow-up procedure’ aan het HIG gevraagd om hiervoor nu reeds een plan op te stellen. Dit plan zal worden beoordeeld door de visitatiecommissie, gecoördineerd door VLHORA.
Het HIG heeft hier meteen gevolg aan gegeven en heeft op 25 juni een nota ingediend, met haalbare leerwegen voor jongeren én voor ouderen.

12 februari 2007: Het visitatierapport is klaar...
...en het geeft een positief eindoordeel aan de opleiding gezinswetenschappen!
Nu ligt de weg vrij voor de (vernieuwde) aanvraag van de accreditatie bij de NVAO in Den Haag.
>> Lees het volledige visitatieverslag via de Vlhora-website

11 december 2006: verloop visitatie
Op 8 december 2006 werd de opleiding gezinswetenschappen voor de tweede keer gevisiteerd. Alles is vlot verlopen.
Na afloop gaf de commissie een korte mondelinge rapportering. Daaruit bleek alvast dat de commissie in onze inspanningen van de afgelopen twee jaar voldoende elementen vond om het onderscheid dat zij in haar eerste rapport maakte tussen de A- en de B-studenten op te heffen (A-studenten zijnde studenten met voldoende 'levens- en/of relevante werkervaring en/of eerder verworven kwalificaties'; B-studenten zijnde studenten zonder).
Wij bedanken van harte alle docenten, studenten, afgestudeerden en vertegenwoordigers van het werkveld die de tijd hebben willen nemen om deel te nemen aan de gesprekken!

10 oktober: geactualiseerd ZER op 30 sept. ingediend bij VLHORA
Nieuwe visitatie op 8 december 2006
Zoals we in juni al lieten weten, bereiden wij een nieuwe visitatie voor van de opleiding gezinswetenschappen; deze is gepland voor 8 december 2006. In functie daarvan hebben wij ons zelfevaluatierapport geactualiseerd; daarin is vooral de informatie over het studieprogramma, de instroom- en doorstroom en de opvolging van studenten vernieuwd.
Conform de afspraken gemaakt met VLHORA hebben wij dit ZER op 30 sept. ingediend.

20 juni 2006: Minister Frank Vandenbroucke antwoordt uitvoerig op mails van bezorgde (oud)-studenten gezinswetenschappen
Op 16 juni 2006 heeft de Vlaamse Regering het zogenaamde mini-decreet bekrachtigd. Dit decreet bevestigt dat een HOSP-opleiding een bachelor kan aanvragen en hoe - indien de uitkomst van die procedure positief is - de opleiding vervolgens moet worden overgeheveld naar een hogeschool.
In de voorafgaande weken en maanden hebben heel wat studenten en afgestudeerden via e-mail uitleg gevraagd aan de minister van onderwijs. Nu het decreet rond is, heeft hij aan ieder van hen een omstandig antwoord gestuurd. Hij legt daarin nog eens uit wat er kan/moet gebeuren indien de opleiding inderdaad 'geaccrediteerd' wordt en dus de bachelor-titel mag voeren.
In zijn mail benadrukt de minister dat het zeker niet de bedoeling is dat de opleiding haar eigenheid en dus ook haar kwaliteit zou verliezen, eens de overgang naar een hogeschool bekrachtigd wordt.
>> Lees de volledige brief.

8 juni 2006: Beperkte visitatie als laatste horde voor accreditatie gezinswetenschappen
Nu de overgang van HOSP-opleidingen van een graduaat naar een professionele bachelor - als die wordt toegekend – decretaal geregeld is, kan het HIG de laatste noodzakelijke stappen zetten om de accreditatie rond te krijgen. Gezien de gewijzigde situatie, voorzien door het decreet, vroegen we het advies van zowel de NVAO als de VLHORA.

Aangezien het decreet de geldigheid van het visitatierapport met zes maanden verlengt, wat ons moet toelaten om gedurende het jaar 2006-2007 de nodige onderhandelingen te voeren met de hogescholen, doen we er best aan om onze eerder ingediende aanvraag tot accreditatie van de opleiding gezinswetenschappen terug te trekken en opnieuw in te dienen, in december 2006.

De extra gegunde tijd zullen we benutten om het visitatierapport op enkele punten te laten bijwerken op basis van de huidige situatie. De VLHORA verklaart zich bereid om op korte termijn een tweede, beperkte visitatie mogelijk te maken. Een geactualiseerd visitatierapport zal de NVAO een correcter beeld geven van de opleiding, wat de kans op een positief eindoordeel zal vergroten.
De NVAO zal dan voor het einde van het academiejaar 2006-2007 een uitspraak doen.

12 mei 2006: Mini-decreet bepaalt overgangsmodaliteiten CVO-HO voor gezinswetenschappen
Op donderdag 11 mei besprak de Commissie Onderwijs van het Vlaams Parlement het zogenaamde mini-decreet voor het hoger onderwijs. Dat regelt ondermeer de overgang van HOSP-opleidingen van een graduaat naar een professionele bachelor. Als die wordt toegekend, moet de opleiding geleidelijk geïntegreerd worden in één van de bestaande hogescholen.

Wat kwam er uit de bus voor gezinswetenschappen?
Ten eerste krijgen we meer keuze in mogelijke partners: we zijn niet meer verplicht om alleen met Brusselse hogescholen te gaan praten. Ten tweede krijgen we middelen: alle middelen die nu bij het CVO horen, kunnen meegenomen worden in de onderhandeling. Dat geeft ons in elk geval een sterke basis om de overgang naar de hogeschool op een billijke manier te regelen.

Ten derde vroegen we meer tijd; het voorontwerp sprak van een onmiddellijke intentieverklaring zodra de accreditatie zou zijn toegekend en een effectieve overdracht binnen een jaar. De nieuwe tekst geeft ons meer tijd, maar via een voor ons onzekere omweg, nl. via de verlenging van de geldigheidsduur van het visitatierapport. Normaal gezien loopt de geldigheid van ons visitatierapport af op 30 juni 2006 en mochten we voor die datum zeker een antwoord verwachten van de NVAO. Het mini-decreet verlengt die geldigheidsduur nu met zes maanden, tot 31 december 2006. Wanneer de NVAO dan precies een uitspraak moet doen, is voor ons nog niet duidelijk.

In elk geval betekent dit dat de onzekerheid over de vraag of we die bachelor nu krijgen of niet, nog een tijd langer zal duren, terwijl we toch al moeten starten met de onderhandelingen voor de overdracht van gezinswetenschappen naar een hogeschool. Positief is het vooruitzicht dat we meer middelen krijgen om de eigenheid van onze opleiding in de toekomst te vrijwaren en de erkenning dat ook opleidingen in het volwassenenonderwijs, met een eigen leertraject, het niveau van een bachelor halen.

9-11 mei 2006: Commissie bespreekt decreet
Op dinsdag 9 mei en donderdag 11 mei bespreekt de Commissie voor Onderwijs, Vorming, Wetenschap en Innovatie van het Vlaams Parlement het fameuze 'Ontwerp van decreet tot instelling van een aantal maatregelen tot herstructurering en flexibilisering van het hoger onderwijs in Vlaanderen', waarin ook de procedure gestipuleerd staat die een CVO moet volgen nadat zij de accreditatie voor een bachelor heeft verworven voor één van haar opleidingen. Op 11 mei volgt normaal gezien de stemming.
Het HIG heeft de laatste weken besprekingen gevoerd met de bevoegde minister, met leden van de commissie en met andere betrokkenen, met het oog op een regeling die de kwaliteit van de opleiding gezinswetenschappen ook in de toekomst kan garanderen. We hopen dat de minister en de commissieleden onze bezorgdheid hierover begrijpen en dat ze bereid zijn om hiervoor de nodige stappen te zetten.

We denken dat onze vraag naar een structurele oplossing (decretaal geregeld) gerechtvaardigd is, niet alleen vanuit het standpunt van kwaliteit en goed bestuur, maar ook omdat de eventuele overheveling van de studenten gezinswetenschappen van het HOSP naar het HO over een belangrijke groep gaat: gezinswetenschappen heeft 43% van de studenten die een lineaire opleiding volgen in het sociaal hosp. Als we ook de modulaire meetellen (uitgezonderd een korte agogische bijscholing) gaat het nog om 18% van alle studenten in het sociaal hosp. 23% van de uitgereikte diploma’s in het sociaal hoger onderwijs voor sociale promotie betreffen diploma’s gezinswetenschappen. Wanneer we alleen kijken naar lineaire opleidingen, betreffen de diploma’s gezinswetenschappen 32%.
Ook vanuit het standpunt van het HO vertegenwoordigen onze studenten een grote groep: aangezien er momenteel ongeveer 10.000 Vlaamse studenten gekozen hebben voor een sociaal-agogische studierichting in het HO, maken onze studenten daar in de toekomst met hun bijna 1000 per jaar in een klap 10% van uit... Reden te meer om zorgvuldig om te springen met een dergelijke ingrijpende verschuiving, mocht de opleiding gezinswetenschappen inderdaad de bachelor behalen...

Maart 2006: Onzekerheid over wettelijk kader voor accreditatie
Zoals we eerder meldden kan onze aanvraag tot accreditatie pas beantwoord worden op voorwaarde dat het Vlaams Parlement klaar is met een speciaal decreet dat bepaalt wat er moet gebeuren met opleidingen uit het Hoger Onderwijs voor Sociale Promotie (HOSP) eens de accreditatie rond is. Het voorontwerp van decreet dat nu ter tafel ligt bevat een aantal bepalingen die het HIG niet kan aanvaarden.

Na accreditatie van de opleiding gezinswetenschappen, m.a.w. als deze opleiding een bacheloropleiding wordt, moet deze volledig overgeheveld worden naar een hogeschool. Dit vinden wij in principe begrijpelijk en aanvaardbaar. Ten slotte is het altijd ons streven geweest om deze opleiding als volwaardige hoger onderwijsopleiding te laten erkennen.

Als we echter kijken naar de modaliteiten van die overdracht zoals het voorontwerp die nu stipuleert, vrezen wij voor de toekomst van de opleiding én van het HIG als instelling.
De huidige tekst bepaalt dat de overheveling binnen het jaar na accreditatie moet voltrokken zijn. Maar eigenlijk moet de overdracht al meteen beklonken worden, want het HIG wordt verplicht om direct na de accreditatie een intentieverklaring te tekenen met de hogeschool die de opleiding daarna zal inrichten. Bovendien worden er territoriale beperkingen gesteld zodat we alleen met hogescholen in Brussel kunnen gaan praten. De overnemende hogeschool moet enkel de vastbenoemde docenten overnemen. Directie en administratief kader blijven in het CVO.

Als het decreet in deze vorm gestemd wordt, betekent dit het einde van het HIG. Het Hoger Instituut kan immers niet verderbestaan met enkel de modulaire opleiding Seniorenconsulentenvorming en de reeks van kortlopende bijscholingen. De directie en de medewerkers zouden dus achterblijven met een lege doos.
Maar ook de kwaliteit van de opleiding komt in deze formule onder druk. Wie zal immers de overheveling onderhandelen, als de directie niet betrokken is bij de toekomst van de opleiding? Wie zal de eerste jaren de vakken doceren, de projecten begeleiden, eindwerken en praktijkverdieping opvolgen... als van het huidige onderwijzend personeel en de staf slechts enkelen 'mee' kunnen? Welke garanties hebben onze huidige, volwassen, studenten, dat er ook in de nieuwe structuur voldoende faciliteiten zullen zijn die hen toelaten om deze studie te combineren met werk en/of gezin?
Bovendien is het HIG al jaren aan het praten met enkele Antwerpse hogescholen; dat zou hiermee verloren moeite zijn.

Dit voorontwerp is echter nog geen ontwerp, laat staan een decreet. Zowel de Vlaamse Regering als de Commissie Onderwijs van het Vlaams Parlement hebben nog de mogelijkheid om de tekst te wijzigen en/of amendementen in te dienen. Daarom hebben zowel de directie als de docenten contact gezocht met de Vlaamse minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke en met de leden van de Commissie Onderwijs. De directie en de voorzitter schreven een open brief; de docenten en de staf schreven apart nog eens een brief aan de Vlaamse minister van Onderwijs en aan alle leden van de Commissie Onderwijs. Wij hebben hen uitgelegd waarom de regeling die nu voorgesteld wordt, onaanvaardbaar is, en we vragen om gehoord te worden.

Concreet vragen wij de aanpassing van het voorontwerp van decreet op volgende punten:
- voldoende onderhandelingstijd zonder intentieverklaring vooraf met één partner;
- kunnen onderhandelen met minstens vijf partners;
- iedereen (alle personeelsleden, ook de staf, de bijambten en de directie) gedurende de eerste twee jaar na de overdracht werkzekerheid bieden.
Dit betekent dat het CVO als geheel integreert en dat in de nieuwe structuur ook ruimte komt om ook de andere opleidingen (SCV en bijscholingen) en misschien zelfs de vele projecten (studiedagen en publicaties zoals Waanzin van het gezin, Dag van het Gezin...) kunnen verdergezet worden.Inmiddels heeft ook de Gezinsbond zijn steun betuigd via een brief van de voorzitter en via een standpunt in De Bond van 24 maart 2006.

Wij wachten nu vol spanning op een antwoord op onze brieven en we kijken uit naar een onderhoud met de minister en met de Commissie Onderwijs. Die laatste zal naar verluidt pas einde april kunnen plaatshebben. We houden u uiteraard verder op de hoogte!

>> Open brief van de directie en de voorzitter
>> Brief van de docenten en de stafleden
>> 'Waardering voor gezinswetenschappen moet blijven!': standpunt van de Roger Pauly, voorzitter van de Gezinsbond in De Bond van 24 maart 2006.

14 oktober 2005: Groen licht voor aanvraag accreditatie
Na de afronding van de visitatie kunnen we nu eindelijk de volgende stap zetten: de aanvraag voor de accreditatie indienen bij de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) in Den Haag. De Vlaamse Regering heeft op 14 oktober een voorontwerp van mini-decreet goedgekeurd dat in deze mogelijkheid voorziet voor opleidingen van het hoger onderwijs voor sociale promotie.
Het HIG zal de aanvraag in november indienen. Dan is het afwachten of de NVAO zal oordelen of het graduaat gezinswetenschappen mag omgezet worden naar een bachelor... De NVAO heeft hiervoor zes maanden de tijd. De uitslag zal dus zeker bekend zijn voor het einde van dit schooljaar.

30 juni 2005: het definitieve rapport van de visitatiecommissie is klaar!
Zes maanden na de visitatie heeft de visitatiecommissie haar werkzaamheden officieel afgerond met de overhandiging van de definitieve versie van haar rapport.

Kreeg gezinswetenschappen een goed rapport? JA, maar...
Het visitatierapport maakt een onderscheid tussen
- groep A: studenten met levens- en/of relevante werkervaring en/of eerder verworven kwalificaties
- groep B: studenten zonder levens- en relevante werkervaring en eerder verworven kwalificaties.

De opleiding krijgt voor groep A over de hele lijn een voldoende, terwijl zij voor groep B op vier facetten en twee onderwerpen een onvoldoende krijgt. Als voornaamste motivatie noemt het rapport het feit dat het voor studenten met levens- en/of relevante werkervaring en/of eerder verworven kwalificaties (de A-groep) wel mogelijk is om na drie jaar deeltijdse opleiding het niveau te behalen dat vereist is voor een ‘beginnend beroepsbeoefenaar’ – zoals het decreet voorschrijft voor professionele bacheloropleidingen – terwijl dat voor studenten ‘zonder levens- en relevante werkervaring en eerder verworven kwalificaties’ (groep B) niet het geval is .

De commissie geeft ons als aanbeveling mee om elementen als ‘levens- en/of relevante werkervaring’, maar bijvoorbeeld ook ‘motivatie’, te gaan identificeren en kwantificeren zodat we kunnen nagaan in welke mate deze factoren de studiecarrière van de betreffende studenten stimuleren dan wel bemoeilijken.

Het HIG is zich zeker bewust van het belang van relevante levens- en eventuele beroepservaring om deze opleiding, die gezinsrelaties in een maatschappelijke context bestudeert, niet alleen met succes, maar ook met voldoening en motivatie, aan te vatten en af te werken.

In onze repliek, die als bijlage 7 bij het rapport zit, onderschrijven we het belang van levens- en werkervaring, maar wijzen we ook op de nood van veel jongere studenten aan een tweede kans op een volwaardig hoger onderwijsdiploma. Jonge studenten (minder dan 21 jaar) zijn trouwens een zeer kleine minderheid in de totale studentenpopulatie.

Wij hebben bedenkingen bij de strakke indeling van de studenten in een groep A en een groep B. De studenten gezinswetenschappen vormen weliswaar een heterogene groep, maar de cijfers waarover wij nu beschikken tonen aan dat de verschillen doorheen leeftijds- en beroepsgroepen lopen en dat we nog niet over de gegevens beschikken om een indeling in twee groepen te maken. U kunt hier een document downloaden dat deze cijfers meer in detail voorstelt:

Dat neemt niet weg dat het rapport een aantal relevante aanbevelingen tot verbetering voorstelt. We hebben trouwens niet op het rapport gewacht om al een aantal beslissingen te nemen die de kwaliteit van de opleiding zeker ten goede zullen komen.

Hoe gaat het nu verder?
De volgende stap is de aanvraag van de accreditatie bij de NVAO in Den Haag. Wij onderzoeken nu hoe wij deze procedure zo vlug mogelijk kunnen starten. Dat moet in elk geval gebeuren binnen het jaar na de afronding van de visitatie, dus voor 30 juni 2006. We houden u op de hoogte!

9 juni 2005: het HIG reageert met een lezersbrief op een artikel in De Standaard dat diploma's van het volwassenenonderwijs 'minderwaardig' noemt tegenover het voltijdse hoger onderwijs.
>>Download de brief

maart-april 2005: de visitatiecommissie stelt een voorlopig rapport voor en het HIG reageert daarop met haar opmerkingen en suggesties. Het is nu wachten op het definitief rapport dat voor einde juni klaar moet zijn.

26 januari 2005: de visitatiecommissie rondt haar activiteiten af met zeer voorlopige slotbemerkingen...
Na drie dagen van gesprekken met docenten, studenten, afgestudeerden, werkgevers, studiebegeleiders, medewerkers en directieleden heeft de visitatiecommissie op woensdag 26 januari om 17 u een mondelinge samenvatting gegeven van de meest opvallende sterke en zwakke punten van de opleiding gezinswetenschappen.

In tegenstelling tot wat eerder verwacht werd, gaf deze rapportering geen duidelijk antwoord op de vraag die ons allen bezighoudt: scoort de opleiding gezinswetenschappen voldoende of onvoldoende en maken we een kans om de accreditatie te behalen die leidt tot de bachelor…?

De commissie achtte het zelf niet raadzaam om nu al uitspraken te doen, gezien het gewicht daarvan in het kader van de accreditatie. Bovendien kreeg de commissie van VLHORA de instructie om eerst haar indrukken te laten bezinken eer zij definitieve uitspraken zou doen.

Het is nu wachten op het schriftelijke rapport van de visitatiecommissie. Een eerste versie daarvan wordt verwacht tegen midden maart. Pas na de verwerking van onze opmerkingen kan het definitieve rapport gepubliceerd worden; dit zou volgens het protocol uiterlijk tegen 1 mei 2005 moeten gebeuren.

In afwachting daarvan kunnen studenten, docenten, en alle andere belanghebbenden die deelnamen aan de visitatie, een kort overzicht opvragen van de sterke elementen en de verbeterpunten zoals die mondeling door de commissie werden meegedeeld. Wij vragen u wel om deze informatie met de nodige discretie te behandelen zolang het schriftelijk rapport niet gepubliceerd is.

Voor meer informatie neemt u contact op met mevrouw Jennes: gaby.jennes@hig.be of tel (02) 240.68.40 of met stafmedewerkster Lut Verstappen: lut.verstappen@hig.be, tel (02) 240.75.32.

24-25-26 januari 2005: verloop van de visitatie
Het visitatieprotocol voorziet in gesprekken met vertegenwoordigers van alle geledingen van de opleiding.

Wij zijn dankbaar voor de bereidwillige en zeer constructieve medewerking van talloze studenten, docenten, medewerkers en vooral ook afgestudeerden en werkgevers, die soms van ver kwamen om in hun vrijetijd de commissie te woord te staan.

Wie nam deel?
- docenten en projectleiders, begeleiders van de methodiektrainingen en eindwerkbegeleiders;
- studenten 1ste jaar;
- studenten 2de jaar;
- studenten 3de jaar;
- medewerkers;
- afgestudeerden;
- vertegenwoordigers van het werkveld.
Aan allen onze hartelijk dank!

November-december 2004: de visitatiecommissie is samengesteld en we hebben een datum...
Na maandenlang overleg met de Vlaamse Hogescholenraad is nu een akkoord bereikt over de samenstelling van de visitatiecommissie:

Voorzitter:
- Wynand Wijnen, psycholoog en dr. in de onderwijskunde, prof. emeritus die verbonden was aan de universiteiten van Groningen en Maastricht en nu vooral actief is in visitaties in België, Nederland en Duitsland; nam ondermeer deel aan de visitatie van de Vlaamse opleidingen sociaal werk in 2004.

Vakdeskundige leden:
- Karel Van Goethem, licentiaat politieke en sociale wetenschappen, tot 2002 directeur rectoraat-academische planning van de UIA; daarnaast was hij ondermeer docent avondonderwijs (LBC), opdrachthouder voor initiatieven inzake onderwijsvernieuwing van de VLIR en is hij voorzitter van de Stichting Lodewijk de Raet.
- Mieke Van Haegendoren, dr. in de politieke en sociale wetenschappen, hoogleraar en vice-rector van het LUC, directeur van het onderzoekscentrum SEIN.
- Frans Heylen, licentiaat in de psychologie, directeur van het CAW De Kempen, lid van de Departementale Raad van de opleiding sociaal werk aan de Katholieke Hogeschool Kempen.

Kwaliteitsdeskundige:
- Lucien Bollaert, licentiaat Germaanse filologie, diensthoofd onderwijs, onderzoek en kwaliteitszorg van de Hogeschool West-Vlaanderen; lid van de overleggroep VLIR-VLHORA die de nieuwe visitatiehandleiding in functie van de accreditatie heeft voorbereid; voorzitter van de raad van bestuur van cvba PROSE (eigenaar van het zelfevaluatie-instrument PROZA).

Studente:
- Rahima Sekkouri, werkzaam bij CAW De Archipel in Brussel, heeft een opleiding in en ervaring met interculturele bemiddeling en zit nu in het 4de jaar van de Bijzondere leerroute voor maatschappelijk assistenten (EHSAL), optie maatschappelijk werk.

Secretaris:
- Nel Göbel

De Vlaamse Hoger Onderwijsraad (VLHORA) laat zich vertegenwoordigen door:
- contactpersoon Klara De Wilde, stafmedewerkster kwaliteitszorg.

Meteen zijn ook de data vastgelegd voor de lang verwachte visitatie: op 25 en 26 januari 2005 is het eindelijk zover.

Juli 2004: Ons verlanglijstje voor de nieuwe Vlaamse regering
Onderwijs belooft een belangrijk thema te worden voor de Vlaamse regering van de volgende vijf jaar. Daarbij mag het volwassnenonderwijs niet vergeten worden. Wij herinneren de formateur dan ook graag aan onze eisen:
- In en door het volwassenenonderwijs moeten meer gelijke onderwijskansen voor laaggeschoolden worden gecreëerd. Dit moet mogelijk zijn zowel op het niveau van het secundair als op het hoger onderwijs.
- Het effect van diploma's die in het volwassenenonderwijs worden uitgereikt, moet van gelijk niveau kunnen zijn als de diploma's die door hogescholen worden uitgereikt.
- Het diploma gezinswetenschappen dient te worden opgenomen in het hoger onderwijsregister als een bachelordiploma met professionele gerichtheid.
- Instellingen voor sociale promotie - niveau hoger onderwijs - moeten als derde partner erkend worden in de associaties tussen universiteiten en hogescholen.

Juni 2004: ZER ingediend volgens nieuw protocol
Op 28 mei 2004 hadden we een overleg met de Vlaamse Hogescholenraad en het kabinet van de toenmalige Vlaamse minister van Onderwijs Vanderpoorten over de stappen die we moeten zetten om zo vlug mogelijk gevisiteerd te worden.
Voornaamste conclusies:
* De opleiding gezinswetenschappen mag zich laten visiteren, maar moet dit wel volgens het nieuwe protocol doen.
* Het zelfevaluatierapport moet dus herschikt worden (maar de inhoud kan voor 95% behouden blijven).
* Dat is inmiddels gebeurd; het herwerkte ZER is ingediend voor 30 juni 2004, dat is de huidige deadline voor opleidingen die in het najaar van 2004 een visitatie willen gepland zien.
* Inmiddels gaat de voorbereiding verder van de samenstelling van de visitatiecommissie.
Wij blijven er dus voor gaan om voor het einde van 2004 de opleiding gezinswetenschappen te laten visiteren.

Juni 2004: Groen licht voor de visitatie
We kregen op 22 juni groen licht van de VLHORA (Vlaamse Hogescholenraad) voor de visitatie! Na overleg met de VLHORA hebben we beslist om het zelfevalutierapport gezinswetenschappen aan te passen aan het nieuwe protocol. We dienden het op 28 juni een tweede keer in.
Nu is het enkel nog wachten op de goedkeuring van ons voorstel van samenstelling van de visitatiecommissie. Als die er in de loop van de volgende weken komt, blijft een visitatie in het najaar van 2004 mogelijk.

Mei 2004: Het flexibiliseringsdecreet opent nieuwe wegen om het diploma gezinswetenschappen te valoriseren.
Het flexibiliseringsdecreet laat toe om op basis van diploma's en andere studiebewijzen of bewijzen van elders verworven competenties het bachelordiploma te verwerven via een Hogescholenassociatie.
U kunt de volledige versie van het ontwerp van decreet downloaden via de website van het Hoger Onderwijs, onder 'Regelgeving', 'Regelgeving met betrekking tot de bachelor-masterstructuur in Vlaanderen'.

April 2004: De omzendbrief is gearriveerd!
Bedankt voor de vele mailtjes die jullie hebben gestuurd! We hebben donderdag 1 april jongstleden de omzendbrief ontvangen; verder mailen is voorlopig niet meer nodig. We zoeken nu uit welke verdere stappen we nog moeten nemen en we houden jullie op de hoogte.
U kunt de volledige versie van de omzendbrief lezen op de website van het Hoger Onderwijs, onder 'Regelgeving', ''Visitatie van de opleidingen van het hoger onderwijs voor sociale promotie'.

Maart 2004: Oproep tot mailactie (is inmiddels stopgezet...)
In september 2003 liet minister Vanderpoorten optekenen in De Bond: 'De visitatie met het oog op een mogelijke erkenning van de bachelortitel staat los van deze of gene hogeschool. In de komende weken kan ook voor het HIG de visitatieprocedure opgestart worden, op voorwaarde dat dit instituut intussen werk maakt van de zelfevaluatie...'
Dezelfde belofte werd ook gedaan aan de studenten van het derde jaar die kort daarop een onderhoud hadden met de heer Yperman, kabinetsmedewerker van minister Vanderpoorten.

Mede dankzij een massale e-mail actie van de studenten kwam de omzendbrief uiteindelijk toch en dienden we ons zelfevaluatierapport in.

Wij geven u graag nog deze wijsheid mee:
"De toekomst is geen plaats waar we naartoe gaan, maar een plaats die we zelf creëren. De paden er naartoe moeten we niet vinden, maar zelf aanleggen." John Schaar.