| Bachelor in de gezinswetenschappen
De opleiding gezinswetenschappen werd op 24 september 2007 bij
besluit van de NVAO geaccrediteerd als ‘professioneel gerichte
bachelor'. Deze accreditatie geldt vanaf 24 september 2007 tot en
met het einde van het academiejaar 2015-2016. Dit besluit verscheen
op 23 november 2007 in het Belgisch Staatsblad [met correctie op
10/01/08].
>> Accreditatierapport
en NVAO-besluit
>> Vermelding
in Belgisch Staatsblad
Vanaf 1 september 2008 wordt de opleiding van het Hoger Instituut
voor Gezinswetenschappen overgedragen aan de Hogeschool-Universiteit
Brussel. De Vlaamse Regering heeft de intentieverklaring hiertoe
op 10 juli 2008 goedgekeurd. Beide onderwijsinstellingen ondertekenen
het akkoord voor de overdracht op 28 augustus 2008.
Het Decreet betreffende het onderwijs XVIII, op 25 juni 2008 goedgekeurd
door het Vlaams Parlement, wijzigt het artikel 129 van het Decreet
betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen
van 4 april 2003, kortweg het 'Structuurdecreet', door toevoeging
van een § 6. Deze bepaalt dat de afgestudeerden van een opleiding
uit het volwassenenonderwijs ('gegradueerden'), die is geaccrediteerd
en overgedragen naar een hogeschool, automatisch de titel
'bachelor' mogen voeren. Dit geldt voor alle sinds 1988 afgestudeerden
in de gezinswetenschappen. Zij hoeven hiervoor geen nieuw diploma
aan te vragen.
>> Lees hier hoe u dit als afgestudeerde
best kunt staven.
Gezinswetenschappen in het Hogeronderwijsregister:
>>
www.hogeronderwijsregister.be
Nieuwsberichten:
Persbericht 27 augustus 2008
Gezinswetenschappen maakt overstap naar hoger onderwijs
Op 28 augustus draagt het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen
de opleiding Gezinswetenschappen over aan de Hogeschool-Universiteit
Brussel-EHSAL. Deze opleiding is er als eerste uit het volwassenenonderwijs
in geslaagd een accreditatie te verwerven en zich om te vormen tot
een volwaardige professionele bacheloropleiding. Vanaf 1 september
2008 is de overdracht een feit. Hiermee is de wettelijke basis gecreëerd
voor de uitreiking van het diploma 'bachelor in de gezinswetenschappen'.
Beide instellingen ondertekenen het akkoord op 28 augustus 2008.
Gezinswetenschappen is een driejarige opleiding die gezinnen en
gezinsrelaties in hun maatschappelijke context bestudeert. Het programma
bereidt voor op diverse functies in de brede welzijnssector. Jaarlijks
volgt een 1.000-tal volwassenen de lessen.
Deze schaalvergroting heeft duidelijke voordelen, maar houdt ook
risico's in. Voor HIG-directrice Gaby Jennes blijft
het pedagogisch project vooropstaan: “Ook in het hoger onderwijs
blijft onze opleiding gericht op studenten die reeds een zekere
levenservaring en over een pakket elders verworven kwalificaties
of competenties beschikken. We blijven (gast)docenten aantrekken
die een rijke expertise aanbrengen vanuit verschillende disciplines
en professionele contexten. We waken over het pluralistisch karakter
van onze opleiding.” Dirk De Ceulaer, voorzitter
van het directiecomité van de HUBrussel, wil er alles aan
doen om de eigenheid van deze opleiding te vrijwaren: “Ook
in de toekomst moeten volwassenen studeren kunnen blijven combineren
met werk, gezin en andere engagementen”, verzekert hij.
Het Onderwijsdecreet XVIII bepaalt dat niet alleen de nieuwe afgestudeerden
maar ook alle eerder als 'gegradueerde' afgestudeerde cursisten
de titel van 'bachelor in de gezinswetenschappen' mogen dragen.
Concreet betekent dit: alle sinds 1988 afgestudeerden.
Onderwijsminister Frank Vandenbroucke is tevreden
met deze beslissing: “Nu de opleiding Gezinswetenschappen
op het juiste kwalificatieniveau getild is, wordt het diploma van
de vele afgestudeerden correcter gewaardeerd. Alle studenten die
sinds 1988 een diploma behaald hebben, krijgen op deze manier toegang
tot bachelor-na-bachelor-opleidingen en tot schakelprogramma’s
naar een masteropleiding. Ook voor werkgevers bestaat er nu geen
discussie meer over de waarde van dit diploma. Natuurlijk reken
ik erop dat de dynamiek die het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen
de voorbije jaren rond deze opleiding heeft ontplooid, verder gezet
wordt binnen de structuren van HUBrussel-EHSAL.”
>>
Download het persbericht als pdf
Juni 2008
Afgestudeerden gezinswetenschappen nu ook ‘bachelor’
Op 25 juni werd door het Vlaams Parlement in plenaire vergadering
het Decreet betreffende het onderwijs XVIII aangenomen. Dit decreet
regelt diverse aspecten op alle niveaus van het Vlaamse onderwijs.
Voor ons is artikel V.36bis van het grootste belang. Dit artikel
wijzigt artikel 129 van het Decreet betreffende de herstructurering
van het hoger onderwijs in Vlaanderen van 4 april 2003, kortweg
het 'Structuurdecreet', waarmee de banama-structuur in het Vlaamse
hoger onderwijs werd ingevoerd. Artikel 129 daarvan regelt de uitreiking
van de bachelor- en masterdiploma's. Artikel V.36bis van Decreet
XVIII bepaalt dat aan art. 129 een zesde paragraaf wordt toegevoegd,
die luidt als volgt:
'De graad van gegradueerde, die een Centrum voor Volwassenenonderwijs
heeft uitgereikt ten aanzien van een op grond van artikel 57ter
geaccrediteerde opleiding, in de periode voorafgaand aan de uitreiking
van het nieuwe bachelordiploma door de ontvangende ambtshalve geregistreerde
instelling of door het overdragende Centrum voor Volwassenenonderwijs
en de ontvangende ambtshalve geregistreerde instelling gezamenlijk
in toepassing van artikel 57ter, §5, is gelijkgeschakeld met
de graad van bachelor. De houders van die graden zijn gerechtigd
tot het voeren van de titel van bachelor.'
In mensentaal: indien een opleiding van een Centrum voor Volwassenenonderwijs
wordt geaccrediteerd als een bachelor en overgedragen naar een hogeschool,
zoals het geval is met gezinswetenschappen, mogen niet alleen de
nieuwe afgestudeerden maar ook alle eerder als 'gegradueerde' afgestudeerde
cursisten de titel van 'bachelor in de gezinswetenschappen' dragen.
Voor onze opleiding betekent dit: alle sinds 1988 afgestudeerden!
Daarmee krijgen zij toegang tot de banaba-opleidingen of de brugprogramma's
naar een masteropleiding. Ook op de arbeidsmarkt is dan geen discussie
meer over de waarde van dit diploma. Wij danken iedereen die er
mee voor heeft gezorgd dat dit dossier tot een goed einde kwam en
we wensen alle 'bachelors' heel veel succes met hun verdere werk-
of studieloopbaan.
Deze omschakeling gebeurt automatisch! Afgestudeerden hoeven
dus geen nieuw diploma aan te vragen. Het volstaat dat zij, bij
solicitaties of vervolgopleidingen, verwijzen naar de nieuwe §
6 van art. 129 van het Structuurdecreet, zoals hierboven geciteerd.
April 2008
Mogen ook de afgestudeerden gezinswetenschappen de titel
'bachelor' voeren?
Deze vraag wordt ons tal van keren per week gesteld.
Vooral afgestudeerden die een vervolgopleiding willen starten, een
'banana' of 'bachelor na bachelor', of die een masteropleiding ambiëren,
kampen met de aanslepende onzekerheid over deze kwestie.
Op 8 januari 2008 stelde Vlaams volksvertegenwoordiger Stern Demeulenaere
(Open VLD) hierover een schriftelijke vraag (nr. 108) aan Vlaams
minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke. Zij verwees naar de
overgangsmaatregelen die in het verleden werden genomen om de meest
diverse graduaatsopleidingen, ongeacht hun kwaliteit of studieduur,
om te vormen tot een 'bachelor'. Gezinswetenschappen is een opleiding
waarvan de kwaliteit is aangetoond en die reeds geaccrediteerd is
als een bachelor. Zij vraagt dan ook om een regeling te treffen
en de vroegere graduaatsopleiding (sinds 1988) gelijk te schakelen
met de titel en het diploma van bachelor.
De minister antwoordde met een principieel ja.
We citeren: ‘Als de "oude" graduaatsopleiding
volledig vergelijkbaar is met de "nieuwe" bacheloropleiding
valt voor zo een gelijkschakeling iets te zeggen. Ik zal onderzoeken
of en onder welke voorwaarden dit kan, en bij een positief resultaat
voorstellen om daartoe de nodige rechtsgrond te creëren’.
(gepubliceerd op de website
van het Vlaams Parlement op 25 februrai 2008)
Ook uit diverse contacten met het kabinet bleek een duidelijke
bereidheid om het nodige te doen. De formele beslissing staat voor
einde mei op het programma van de Vlaamse Regering, samen met de
goedkeuring van de intentieverklaring voor de overdracht van gezinswetenschappen
aan een hogeschool (EHSAL). Meteen moet ook de opname van gezinswetenschappen
in het hoger onderwijsregister, waarvoor de aanvraag is ingediend
door EHSAL, rond zijn. De datum van de overdracht is vastgelegd
op 1 september 2008.
25 september 2007: Eindoordeel NVAO positief
Gezinswetenschappen geaccrediteerd!
Op 24 september ontvingen wij het besluit van de NVAO betreffende
onze accreditatie-aanvraag: het eindoordeel is positief! Dat betekent
dat de opleiding gezinswetenschappen wordt geaccrediteerd als ‘professioneel
gerichte bachelor’. Daarmee is zij de eerste hogere opleiding
voor sociale promotie (HOSP) die deze stap heeft gezet.
De komst van de ‘bachelor’ heeft grote gevolgen voor
de instelling. Het HIG mag het bachelordiploma immers pas uitreiken
als ze integreert in een hogeschool. De onderhandelingen met een
potentiële partnerhogeschool zijn volop aan de gang. De verwachting
is dat een intentieverklaring volgende maand zal rond zijn. Zodra
deze wordt bekrachtigd door de Vlaamse regering zal gezinswetenschappen
officieel worden opgenomen in het hoger onderwijsregister. Daarmee
heeft de studie van het gezin voor het eerst in de onderwijsgeschiedenis
in Vlaanderen een volwaardige plaats gevonden binnen het hoger onderwijs.
Hieronder citeren we letterlijk uit het besluit en geven we nog
eens het overzicht mee van de oordelen van de visitatiecommissie
en het eindoordeel van de NVAO.
Besluit van de NVAO
betreffende de accreditatie van de bachelor in de gezinswetenschappen
(professioneel gerichte bachelor) van het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen
vzw Centrum voor Volwassenenonderwijs.
De NVAO,
na beraadslaging,
besluit:
Met toepassing van het decreet van 4 april 2003 betreffende de
herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen, wordt het
accreditatierapport en –besluit met positief eindoordeel voor
de opleiding bachelor in de gezinswetenschappen (professioneel gerichte
bachelor) van het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen vzw Centrum
voor Volwassenenonderwijs, goedgekeurd en wordt de opleiding geaccrediteerd.
Het betreft een opleiding zonder afstudeerrichtingen, georganiseerd
te Brussel.
Deze accreditatie geldt tot en met het einde van het academiejaar
2015-2016.
Den Haag, 24 september 2007
Guy Aelterman, vice-voorzitter NVAO
Overzicht oordelen visitatiecommissie
De onderstaande tabel geeft per onderwerp en per facet het oordeel
van de visitatiecommissie weer.
| |
|
Score
per facet |
Score
per onderwerp |
| Onderwerp
1. Doelstellingen |
|
V |
| Facet
1.1 |
Niveau
en oriëntatie |
G |
|
| Facet
1.2 |
Domeinspecifiek
referentiekader |
V |
|
| Onderwerp
2. Programma |
|
V |
| Facet
2.1 |
Eisen
professionele gerichtheid |
G |
|
| Facet
2.2 |
Relatie
doelstellingen-programma |
V |
|
| Facet
2.3 |
Samenhang
programma |
V |
|
| Facet
2.4 |
Studielast |
V |
|
| Facet
2.5 |
Toelatingsvoorwaarden |
V |
|
| Facet
2.6 |
Studieomvang |
V |
|
| Facet
2.7 |
Afstemming
tussen vormgeving en inhoud |
G |
|
| Facet
2.8 |
Beoordeling
en toetsing |
V |
|
| Facet
2.9 |
Masterproef |
n.v.t. |
|
| Onderwerp
3. Inzet personeel |
|
V |
| Facet
3.1 |
Eisen
professionele gerichtheid |
G |
|
| Facet
3.2 |
Kwantiteit
|
V |
|
| Facet
3.3 |
Kwaliteit
|
E |
|
| Onderwerp
4. Voorzieningen |
|
V |
| Facet
4.1 |
Materiële
voorzieningen |
G |
|
| Facet
4.2 |
Studiebegeleiding |
G |
|
| Onderwerp
5. Interne kwaliteitszorg |
|
V |
| Facet
5.1 |
Evaluatie
resultaten |
V |
|
| Facet
5.2 |
Maatregelen
tot verbetering |
V |
|
| Facet
5.3 |
Betrokkenheid |
V |
|
| Onderwerp
6. Resultaten |
|
V |
| Facet
6.1 |
Gerealiseerd
niveau |
V |
|
| Facet
6.2 |
Onderwijsrendement |
V |
|
Scores per facet kunnen variëren tussen:
O = onvoldoende
V = voldoende
G = goed
E = excellent
Scores per onderwerp kunnen variëren tussen:
O = onvoldoende
V = voldoende
Eindoordeel van de visitatiecommissie: positief
Overzicht oordelen NVAO
De onderstaande tabel geeft per onderwerp het oordeel van de NVAO
weer.
| Onderwerp |
Oordeel |
| 1.
Doelstellingen |
V |
| 2.
Programma |
V |
| 3.
Inzet personeel |
V |
| 4.
Voorzieningen |
V |
| 5.
Interne kwaliteitszorg |
V |
| 6.
Resultaten |
V |
Scores kunnen variëren tussen:
O = onvoldoende
V = voldoende
Eindoordeel van de NVAO: positief
>>
Bekijk het volledige accreditatierapport en het NVAO-besluit via
de website van de NVAO
Reacties in de pers:
>> De Bond van 28/09/07: 'Gezinswetenschappen
eindelijk erkend voor een bachelordiploma!'
30 augustus 2007: Bijkomend visitatierapport verzonden
aan NVAO
Op basis van onze nota over mogelijke pistes voor de instroombegeleiding
van studenten zonder EVC/EVK in de - toekomstige - bachelor in de
gezinswetenschappen (zie hieronder), heeft de visitatiecommissie
op 20 augustus een korte bijkomende beoordeling opgesteld. Dit korte
aanvullende visitatierapport werd op 30 augustus verstuurd naar
de NVAO.
25 juni 2007: Visitatie & accreditatie: de laatste
stap
Op 15 februari 2007 ontving de Nederlands-Vlaamse accreditatieorganisatie
(NVAO) in Den Haag onze aanvraag in tot accreditatie; op 6 maart
werd deze ontvankelijk verklaard.
Naar aanleiding van de behandeling hiervan werd op 24 mei 2007 een
mondelinge hoorzitting georganiseerd om een aantal vragen uit te
klaren. In haar verslag neemt de hoorzittingscommissie ten volle
‘akte van de conclusie van de visitatiecommissie dat de opleiding
het kwaliteitsniveau van een professionele bachelor haalt’.
Er blijft enkel de vraag hoe het HIG zal omgaan met de mogelijke
instroom van 18-jarige generatiestudenten, in geval de opleiding
zou geaccrediteerd worden en dus overgedragen naar een hogeschool.
Daarop heeft de NVAO in een korte ‘follow-up procedure’
aan het HIG gevraagd om hiervoor nu reeds een plan op te stellen.
Dit plan zal worden beoordeeld door de visitatiecommissie, gecoördineerd
door VLHORA.
Het HIG heeft hier meteen gevolg aan gegeven en heeft op 25 juni
een nota ingediend, met haalbare leerwegen voor jongeren én
voor ouderen.
12 februari 2007: Het visitatierapport is klaar...
...en het geeft een positief eindoordeel aan de
opleiding gezinswetenschappen!
Nu ligt de weg vrij voor de (vernieuwde) aanvraag van de accreditatie
bij de NVAO in Den Haag.
>>
Lees het volledige visitatieverslag via de Vlhora-website
11 december 2006: verloop visitatie
Op 8 december 2006 werd de opleiding gezinswetenschappen
voor de tweede keer gevisiteerd. Alles is vlot verlopen.
Na afloop gaf de commissie een korte mondelinge rapportering. Daaruit
bleek alvast dat de commissie in onze inspanningen van de afgelopen
twee jaar voldoende elementen vond om het onderscheid dat zij in
haar eerste rapport maakte tussen de A- en de B-studenten op te
heffen (A-studenten zijnde studenten met voldoende 'levens- en/of
relevante werkervaring en/of eerder verworven kwalificaties'; B-studenten
zijnde studenten zonder).
Wij bedanken van harte alle docenten, studenten, afgestudeerden
en vertegenwoordigers van het werkveld die de tijd hebben willen
nemen om deel te nemen aan de gesprekken!
10 oktober: geactualiseerd ZER op 30 sept.
ingediend bij VLHORA
Nieuwe visitatie op 8 december 2006
Zoals we in juni al lieten weten, bereiden wij een nieuwe visitatie
voor van de opleiding gezinswetenschappen; deze is gepland voor
8 december 2006. In functie daarvan hebben wij
ons zelfevaluatierapport geactualiseerd; daarin is vooral de informatie
over het studieprogramma, de instroom- en doorstroom en de opvolging
van studenten vernieuwd.
Conform de afspraken gemaakt met VLHORA hebben wij dit ZER op 30
sept. ingediend.
20 juni 2006: Minister Frank Vandenbroucke antwoordt uitvoerig
op mails van bezorgde (oud)-studenten gezinswetenschappen
Op 16 juni 2006 heeft de Vlaamse Regering het zogenaamde mini-decreet
bekrachtigd. Dit decreet bevestigt dat een HOSP-opleiding een bachelor
kan aanvragen en hoe - indien de uitkomst van die procedure positief
is - de opleiding vervolgens moet worden overgeheveld naar een hogeschool.
In de voorafgaande weken en maanden hebben heel wat studenten en
afgestudeerden via e-mail uitleg gevraagd aan de minister van onderwijs.
Nu het decreet rond is, heeft hij aan ieder van hen een omstandig
antwoord gestuurd. Hij legt daarin nog eens uit wat er kan/moet
gebeuren indien de opleiding inderdaad 'geaccrediteerd' wordt en
dus de bachelor-titel mag voeren.
In zijn mail benadrukt de minister dat het zeker niet de bedoeling
is dat de opleiding haar eigenheid en dus ook haar kwaliteit zou
verliezen, eens de overgang naar een hogeschool bekrachtigd wordt.
>>
Lees de volledige brief.
8 juni 2006: Beperkte visitatie als laatste horde voor
accreditatie gezinswetenschappen
Nu de overgang van HOSP-opleidingen van een graduaat naar
een professionele bachelor - als die wordt toegekend – decretaal
geregeld is, kan het HIG de laatste noodzakelijke stappen zetten
om de accreditatie rond te krijgen. Gezien de gewijzigde situatie,
voorzien door het decreet, vroegen we het advies van zowel de NVAO
als de VLHORA.
Aangezien het decreet de geldigheid van het visitatierapport met
zes maanden verlengt, wat ons moet toelaten om gedurende het jaar
2006-2007 de nodige onderhandelingen te voeren met de hogescholen,
doen we er best aan om onze eerder ingediende aanvraag tot accreditatie
van de opleiding gezinswetenschappen terug te trekken en opnieuw
in te dienen, in december 2006.
De extra gegunde tijd zullen we benutten om het visitatierapport
op enkele punten te laten bijwerken op basis van de huidige situatie.
De VLHORA verklaart zich bereid om op korte termijn een tweede,
beperkte visitatie mogelijk te maken. Een geactualiseerd visitatierapport
zal de NVAO een correcter beeld geven van de opleiding, wat de kans
op een positief eindoordeel zal vergroten.
De NVAO zal dan voor het einde van het academiejaar 2006-2007 een
uitspraak doen.
12 mei 2006: Mini-decreet bepaalt
overgangsmodaliteiten CVO-HO voor gezinswetenschappen
Op donderdag 11 mei besprak de Commissie Onderwijs van
het Vlaams Parlement het zogenaamde mini-decreet voor het hoger
onderwijs. Dat regelt ondermeer de overgang van HOSP-opleidingen
van een graduaat naar een professionele bachelor. Als die wordt
toegekend, moet de opleiding geleidelijk geïntegreerd worden
in één van de bestaande hogescholen.
Wat kwam er uit de bus voor gezinswetenschappen?
Ten eerste krijgen we meer keuze in mogelijke partners: we
zijn niet meer verplicht om alleen met Brusselse hogescholen te
gaan praten. Ten tweede krijgen we middelen: alle middelen die nu
bij het CVO horen, kunnen meegenomen worden in de onderhandeling.
Dat geeft ons in elk geval een sterke basis om de overgang naar
de hogeschool op een billijke manier te regelen.
Ten derde vroegen we meer tijd; het voorontwerp sprak van een onmiddellijke
intentieverklaring zodra de accreditatie zou zijn toegekend en een
effectieve overdracht binnen een jaar. De nieuwe tekst geeft ons
meer tijd, maar via een voor ons onzekere omweg, nl. via de verlenging
van de geldigheidsduur van het visitatierapport. Normaal gezien
loopt de geldigheid van ons visitatierapport af op 30 juni 2006
en mochten we voor die datum zeker een antwoord verwachten van de
NVAO. Het mini-decreet verlengt die geldigheidsduur nu met zes maanden,
tot 31 december 2006. Wanneer de NVAO dan precies een uitspraak
moet doen, is voor ons nog niet duidelijk.
In elk geval betekent dit dat de onzekerheid over de vraag of we
die bachelor nu krijgen of niet, nog een tijd langer zal duren,
terwijl we toch al moeten starten met de onderhandelingen voor de
overdracht van gezinswetenschappen naar een hogeschool. Positief
is het vooruitzicht dat we meer middelen krijgen om de eigenheid
van onze opleiding in de toekomst te vrijwaren en de erkenning dat
ook opleidingen in het volwassenenonderwijs, met een eigen leertraject,
het niveau van een bachelor halen.
9-11 mei 2006: Commissie bespreekt
decreet
Op dinsdag 9 mei en donderdag 11 mei bespreekt de Commissie voor
Onderwijs, Vorming, Wetenschap en Innovatie van het Vlaams Parlement
het fameuze 'Ontwerp van decreet tot instelling van een aantal maatregelen
tot herstructurering en flexibilisering van het hoger onderwijs
in Vlaanderen', waarin ook de procedure gestipuleerd staat die een
CVO moet volgen nadat zij de accreditatie voor een bachelor heeft
verworven voor één van haar opleidingen. Op 11 mei
volgt normaal gezien de stemming.
Het HIG heeft de laatste weken besprekingen gevoerd met de bevoegde
minister, met leden van de commissie en met andere betrokkenen,
met het oog op een regeling die de kwaliteit van de opleiding gezinswetenschappen
ook in de toekomst kan garanderen. We hopen dat de minister en de
commissieleden onze bezorgdheid hierover begrijpen en dat ze bereid
zijn om hiervoor de nodige stappen te zetten.
We denken dat onze vraag naar een structurele oplossing (decretaal
geregeld) gerechtvaardigd is, niet alleen vanuit het standpunt van
kwaliteit en goed bestuur, maar ook omdat de eventuele overheveling
van de studenten gezinswetenschappen van het HOSP naar het HO over
een belangrijke groep gaat: gezinswetenschappen heeft 43% van de
studenten die een lineaire opleiding volgen in het sociaal hosp.
Als we ook de modulaire meetellen (uitgezonderd een korte agogische
bijscholing) gaat het nog om 18% van alle studenten in het sociaal
hosp. 23% van de uitgereikte diploma’s in het sociaal hoger
onderwijs voor sociale promotie betreffen diploma’s gezinswetenschappen.
Wanneer we alleen kijken naar lineaire opleidingen, betreffen de
diploma’s gezinswetenschappen 32%.
Ook vanuit het standpunt van het HO vertegenwoordigen onze studenten
een grote groep: aangezien er momenteel ongeveer 10.000 Vlaamse
studenten gekozen hebben voor een sociaal-agogische studierichting
in het HO, maken onze studenten daar in de toekomst met hun bijna
1000 per jaar in een klap 10% van uit... Reden te meer om zorgvuldig
om te springen met een dergelijke ingrijpende verschuiving, mocht
de opleiding gezinswetenschappen inderdaad de bachelor behalen...
Maart 2006: Onzekerheid over
wettelijk kader voor accreditatie
Zoals we eerder meldden kan onze aanvraag tot accreditatie pas beantwoord
worden op voorwaarde dat het Vlaams Parlement klaar is met een speciaal
decreet dat bepaalt wat er moet gebeuren met opleidingen uit het
Hoger Onderwijs voor Sociale Promotie (HOSP) eens de accreditatie
rond is. Het voorontwerp van decreet dat nu ter tafel ligt bevat
een aantal bepalingen die het HIG niet kan aanvaarden.
Na accreditatie van de opleiding gezinswetenschappen, m.a.w. als
deze opleiding een bacheloropleiding wordt, moet deze volledig overgeheveld
worden naar een hogeschool. Dit vinden wij in principe
begrijpelijk en aanvaardbaar. Ten slotte is het altijd ons streven
geweest om deze opleiding als volwaardige hoger onderwijsopleiding
te laten erkennen.
Als we echter kijken naar de modaliteiten van die overdracht
zoals het voorontwerp die nu stipuleert, vrezen wij voor de toekomst
van de opleiding én van het HIG als instelling.
De huidige tekst bepaalt dat de overheveling binnen het jaar na
accreditatie moet voltrokken zijn. Maar eigenlijk moet de overdracht
al meteen beklonken worden, want het HIG wordt verplicht om direct
na de accreditatie een intentieverklaring te tekenen met de hogeschool
die de opleiding daarna zal inrichten. Bovendien worden er territoriale
beperkingen gesteld zodat we alleen met hogescholen in Brussel kunnen
gaan praten. De overnemende hogeschool moet enkel de vastbenoemde
docenten overnemen. Directie en administratief kader blijven in
het CVO.
Als het decreet in deze vorm gestemd wordt, betekent dit het einde
van het HIG. Het Hoger Instituut kan immers niet verderbestaan met
enkel de modulaire opleiding Seniorenconsulentenvorming en de reeks
van kortlopende bijscholingen. De directie en de medewerkers zouden
dus achterblijven met een lege doos.
Maar ook de kwaliteit van de opleiding komt in deze formule onder
druk. Wie zal immers de overheveling onderhandelen, als de directie
niet betrokken is bij de toekomst van de opleiding? Wie zal de eerste
jaren de vakken doceren, de projecten begeleiden, eindwerken en
praktijkverdieping opvolgen... als van het huidige onderwijzend
personeel en de staf slechts enkelen 'mee' kunnen? Welke garanties
hebben onze huidige, volwassen, studenten, dat er ook in de nieuwe
structuur voldoende faciliteiten zullen zijn die hen toelaten om
deze studie te combineren met werk en/of gezin?
Bovendien is het HIG al jaren aan het praten met enkele Antwerpse
hogescholen; dat zou hiermee verloren moeite zijn.
Dit voorontwerp is echter nog geen ontwerp, laat staan een decreet.
Zowel de Vlaamse Regering als de Commissie Onderwijs van het Vlaams
Parlement hebben nog de mogelijkheid om de tekst te wijzigen en/of
amendementen in te dienen. Daarom hebben zowel de directie als de
docenten contact gezocht met de Vlaamse minister van Onderwijs Frank
Vandenbroucke en met de leden van de Commissie Onderwijs. De directie
en de voorzitter schreven een open brief; de docenten en de staf
schreven apart nog eens een brief aan de Vlaamse minister van Onderwijs
en aan alle leden van de Commissie Onderwijs. Wij hebben hen uitgelegd
waarom de regeling die nu voorgesteld wordt, onaanvaardbaar is,
en we vragen om gehoord te worden.
Concreet vragen wij de aanpassing van het voorontwerp van decreet
op volgende punten:
- voldoende onderhandelingstijd zonder intentieverklaring vooraf
met één partner;
- kunnen onderhandelen met minstens vijf partners;
- iedereen (alle personeelsleden, ook de staf, de bijambten en de
directie) gedurende de eerste twee jaar na de overdracht werkzekerheid
bieden.
Dit betekent dat het CVO als geheel integreert en dat in de nieuwe
structuur ook ruimte komt om ook de andere opleidingen (SCV en bijscholingen)
en misschien zelfs de vele projecten (studiedagen en publicaties
zoals Waanzin van het gezin, Dag van het Gezin...) kunnen
verdergezet worden.Inmiddels heeft ook de Gezinsbond zijn steun
betuigd via een brief van de voorzitter en via een standpunt in
De Bond van 24 maart 2006.
Wij wachten nu vol spanning op een antwoord op onze brieven en
we kijken uit naar een onderhoud met de minister en met de Commissie
Onderwijs. Die laatste zal naar verluidt pas einde april kunnen
plaatshebben. We houden u uiteraard verder op de hoogte!
>>
Open brief van de directie en de voorzitter
>>
Brief van de docenten en de stafleden
>>
'Waardering voor gezinswetenschappen moet blijven!': standpunt van
de Roger Pauly, voorzitter van de Gezinsbond in De Bond van
24 maart 2006.
14 oktober 2005: Groen licht voor
aanvraag accreditatie
Na de afronding van de visitatie kunnen we nu eindelijk de volgende
stap zetten: de aanvraag voor de accreditatie indienen bij de Nederlands-Vlaamse
Accreditatieorganisatie (NVAO)
in Den Haag. De Vlaamse Regering heeft op 14 oktober een voorontwerp
van mini-decreet goedgekeurd dat in deze mogelijkheid voorziet voor
opleidingen van het hoger onderwijs voor sociale promotie.
Het HIG zal de aanvraag in november indienen. Dan is het afwachten
of de NVAO zal oordelen of het graduaat gezinswetenschappen mag
omgezet worden naar een bachelor... De NVAO heeft hiervoor zes maanden
de tijd. De uitslag zal dus zeker bekend zijn voor het einde van
dit schooljaar.
30 juni 2005: het definitieve
rapport van de visitatiecommissie is klaar!
Zes maanden na de visitatie heeft de visitatiecommissie
haar werkzaamheden officieel afgerond met de overhandiging van de
definitieve versie van haar rapport.
Kreeg gezinswetenschappen een goed rapport? JA, maar...
Het visitatierapport maakt een onderscheid tussen
- groep A: studenten met levens- en/of relevante werkervaring en/of
eerder verworven kwalificaties
- groep B: studenten zonder levens- en relevante werkervaring en
eerder verworven kwalificaties.
De opleiding krijgt voor groep A over de hele lijn een voldoende,
terwijl zij voor groep B op vier facetten en twee onderwerpen een
onvoldoende krijgt. Als voornaamste motivatie noemt het
rapport het feit dat het voor studenten met levens- en/of relevante
werkervaring en/of eerder verworven kwalificaties (de A-groep) wel
mogelijk is om na drie jaar deeltijdse opleiding het niveau te behalen
dat vereist is voor een ‘beginnend beroepsbeoefenaar’
– zoals het decreet voorschrijft voor professionele bacheloropleidingen
– terwijl dat voor studenten ‘zonder levens- en relevante
werkervaring en eerder verworven kwalificaties’ (groep B)
niet het geval is .
De commissie geeft ons als aanbeveling mee om elementen als ‘levens-
en/of relevante werkervaring’, maar bijvoorbeeld ook ‘motivatie’,
te gaan identificeren en kwantificeren zodat we kunnen nagaan in
welke mate deze factoren de studiecarrière van de betreffende
studenten stimuleren dan wel bemoeilijken.
Het HIG is zich zeker bewust van het belang van relevante levens-
en eventuele beroepservaring om deze opleiding, die gezinsrelaties
in een maatschappelijke context bestudeert, niet alleen met succes,
maar ook met voldoening en motivatie, aan te vatten en af te werken.
In onze repliek, die als bijlage 7 bij het rapport zit, onderschrijven
we het belang van levens- en werkervaring, maar wijzen we ook op
de nood van veel jongere studenten aan een tweede kans op een volwaardig
hoger onderwijsdiploma. Jonge studenten (minder dan 21 jaar) zijn
trouwens een zeer kleine minderheid in de totale studentenpopulatie.
Wij hebben bedenkingen bij de strakke indeling van de studenten
in een groep A en een groep B. De studenten gezinswetenschappen
vormen weliswaar een heterogene groep, maar de cijfers waarover
wij nu beschikken tonen aan dat de verschillen doorheen leeftijds-
en beroepsgroepen lopen en dat we nog niet over de gegevens beschikken
om een indeling in twee groepen te maken. U kunt hier een document
downloaden dat deze cijfers meer in detail voorstelt:
Dat neemt niet weg dat het rapport een aantal relevante aanbevelingen
tot verbetering voorstelt. We hebben trouwens niet op het rapport
gewacht om al een aantal beslissingen te nemen die de kwaliteit
van de opleiding zeker ten goede zullen komen.
Hoe gaat het nu verder?
De volgende stap is de aanvraag van de accreditatie
bij de NVAO in Den
Haag. Wij onderzoeken nu hoe wij deze procedure zo vlug mogelijk
kunnen starten. Dat moet in elk geval gebeuren binnen het jaar na
de afronding van de visitatie, dus voor 30 juni 2006. We houden
u op de hoogte!
9 juni 2005: het HIG reageert met een lezersbrief
op een artikel in De Standaard dat diploma's van het
volwassenenonderwijs 'minderwaardig' noemt tegenover het voltijdse
hoger onderwijs.
>>Download
de brief
maart-april 2005: de visitatiecommissie stelt
een voorlopig rapport voor en het HIG reageert
daarop met haar opmerkingen en suggesties. Het is nu wachten op
het definitief rapport dat voor einde juni klaar
moet zijn.
26 januari 2005: de visitatiecommissie
rondt haar activiteiten af met zeer voorlopige slotbemerkingen...
Na drie dagen van gesprekken met docenten, studenten, afgestudeerden,
werkgevers, studiebegeleiders, medewerkers en directieleden heeft
de visitatiecommissie op woensdag 26 januari om 17 u een mondelinge
samenvatting gegeven van de meest opvallende sterke en zwakke punten
van de opleiding gezinswetenschappen.
In tegenstelling tot wat eerder verwacht werd, gaf deze rapportering
geen duidelijk antwoord op de vraag die ons allen bezighoudt: scoort
de opleiding gezinswetenschappen voldoende of onvoldoende en maken
we een kans om de accreditatie te behalen die leidt tot de bachelor…?
De commissie achtte het zelf niet raadzaam om nu al uitspraken
te doen, gezien het gewicht daarvan in het kader van de accreditatie.
Bovendien kreeg de commissie van VLHORA
de instructie om eerst haar indrukken te laten bezinken eer zij
definitieve uitspraken zou doen.
Het is nu wachten op het schriftelijke rapport van de visitatiecommissie.
Een eerste versie daarvan wordt verwacht tegen midden maart. Pas
na de verwerking van onze opmerkingen kan het definitieve rapport
gepubliceerd worden; dit zou volgens het protocol uiterlijk tegen
1 mei 2005 moeten gebeuren.
In afwachting daarvan kunnen studenten, docenten, en alle andere
belanghebbenden die deelnamen aan de visitatie, een kort overzicht
opvragen van de sterke elementen en de verbeterpunten zoals die
mondeling door de commissie werden meegedeeld. Wij vragen u wel
om deze informatie met de nodige discretie te behandelen zolang
het schriftelijk rapport niet gepubliceerd is.
Voor meer informatie neemt u contact op met mevrouw Jennes: gaby.jennes@hig.be
of tel (02) 240.68.40 of met stafmedewerkster Lut Verstappen: lut.verstappen@hig.be,
tel (02) 240.75.32.
24-25-26 januari 2005: verloop
van de visitatie
Het visitatieprotocol voorziet in gesprekken met vertegenwoordigers
van alle geledingen van de opleiding.
Wij zijn dankbaar voor de bereidwillige en zeer constructieve medewerking
van talloze studenten, docenten, medewerkers en vooral ook afgestudeerden
en werkgevers, die soms van ver kwamen om in hun vrijetijd de commissie
te woord te staan.
Wie nam deel?
- docenten en projectleiders, begeleiders van de methodiektrainingen
en eindwerkbegeleiders;
- studenten 1ste jaar;
- studenten 2de jaar;
- studenten 3de jaar;
- medewerkers;
- afgestudeerden;
- vertegenwoordigers van het werkveld.
Aan allen onze hartelijk dank!
November-december 2004: de visitatiecommissie
is samengesteld en we hebben een datum...
Na maandenlang overleg met de Vlaamse Hogescholenraad is nu een
akkoord bereikt over de samenstelling van de visitatiecommissie:
Voorzitter:
- Wynand Wijnen, psycholoog en dr. in de onderwijskunde, prof. emeritus
die verbonden was aan de universiteiten van Groningen en Maastricht
en nu vooral actief is in visitaties in België, Nederland en
Duitsland; nam ondermeer deel aan de visitatie van de Vlaamse opleidingen
sociaal werk in 2004.
Vakdeskundige leden:
- Karel Van Goethem, licentiaat politieke en sociale wetenschappen,
tot 2002 directeur rectoraat-academische planning van de UIA; daarnaast
was hij ondermeer docent avondonderwijs (LBC), opdrachthouder voor
initiatieven inzake onderwijsvernieuwing van de VLIR en is hij voorzitter
van de Stichting Lodewijk de Raet.
- Mieke Van Haegendoren, dr. in de politieke en sociale wetenschappen,
hoogleraar en vice-rector van het LUC, directeur van het onderzoekscentrum
SEIN.
- Frans Heylen, licentiaat in de psychologie, directeur van het
CAW De Kempen, lid van de Departementale Raad van de opleiding sociaal
werk aan de Katholieke Hogeschool Kempen.
Kwaliteitsdeskundige:
- Lucien Bollaert, licentiaat Germaanse filologie, diensthoofd onderwijs,
onderzoek en kwaliteitszorg van de Hogeschool West-Vlaanderen; lid
van de overleggroep VLIR-VLHORA die de nieuwe visitatiehandleiding
in functie van de accreditatie heeft voorbereid; voorzitter van
de raad van bestuur van cvba PROSE (eigenaar van het zelfevaluatie-instrument
PROZA).
Studente:
- Rahima Sekkouri, werkzaam bij CAW De Archipel in Brussel, heeft
een opleiding in en ervaring met interculturele bemiddeling en zit
nu in het 4de jaar van de Bijzondere leerroute voor maatschappelijk
assistenten (EHSAL), optie maatschappelijk werk.
Secretaris:
- Nel Göbel
De Vlaamse Hoger Onderwijsraad (VLHORA) laat zich vertegenwoordigen
door:
- contactpersoon Klara De Wilde, stafmedewerkster kwaliteitszorg.
Meteen zijn ook de data vastgelegd voor de lang verwachte visitatie:
op 25 en 26 januari 2005 is het eindelijk zover.
Juli 2004: Ons verlanglijstje voor de nieuwe Vlaamse regering
Onderwijs belooft een belangrijk thema te worden voor de Vlaamse
regering van de volgende vijf jaar. Daarbij mag het volwassnenonderwijs
niet vergeten worden. Wij herinneren de formateur dan ook graag
aan onze eisen:
- In en door het volwassenenonderwijs moeten meer gelijke onderwijskansen
voor laaggeschoolden worden gecreëerd. Dit moet mogelijk zijn
zowel op het niveau van het secundair als op het hoger onderwijs.
- Het effect van diploma's die in het volwassenenonderwijs worden
uitgereikt, moet van gelijk niveau kunnen zijn als de diploma's
die door hogescholen worden uitgereikt.
- Het diploma gezinswetenschappen dient te worden opgenomen in het
hoger onderwijsregister als een bachelordiploma met professionele
gerichtheid.
- Instellingen voor sociale promotie - niveau hoger onderwijs -
moeten als derde partner erkend worden in de associaties tussen
universiteiten en hogescholen.
Juni 2004: ZER ingediend volgens
nieuw protocol
Op 28 mei 2004 hadden we een overleg met de Vlaamse Hogescholenraad
en het kabinet van de toenmalige Vlaamse minister van Onderwijs
Vanderpoorten over de stappen die we moeten zetten om zo vlug mogelijk
gevisiteerd te worden.
Voornaamste conclusies:
* De opleiding gezinswetenschappen mag zich laten visiteren, maar
moet dit wel volgens het nieuwe protocol doen.
* Het zelfevaluatierapport moet dus herschikt worden (maar de inhoud
kan voor 95% behouden blijven).
* Dat is inmiddels gebeurd; het herwerkte ZER is ingediend voor
30 juni 2004, dat is de huidige deadline voor opleidingen die in
het najaar van 2004 een visitatie willen gepland zien.
* Inmiddels gaat de voorbereiding verder van de samenstelling van
de visitatiecommissie.
Wij blijven er dus voor gaan om voor het einde van 2004 de opleiding
gezinswetenschappen te laten visiteren.
Juni 2004: Groen licht voor de visitatie
We kregen op 22 juni groen licht van de VLHORA (Vlaamse Hogescholenraad)
voor de visitatie! Na overleg met de VLHORA hebben we beslist om
het zelfevalutierapport gezinswetenschappen aan te passen aan het
nieuwe protocol. We dienden het op 28 juni een tweede keer in.
Nu is het enkel nog wachten op de goedkeuring van ons voorstel van
samenstelling van de visitatiecommissie. Als die er in de loop van
de volgende weken komt, blijft een visitatie in het najaar van 2004
mogelijk.
Mei 2004: Het flexibiliseringsdecreet opent
nieuwe wegen om het diploma gezinswetenschappen te valoriseren.
Het flexibiliseringsdecreet laat toe om op basis van diploma's en
andere studiebewijzen of bewijzen van elders verworven competenties
het bachelordiploma te verwerven via een Hogescholenassociatie.
U kunt de volledige versie van het ontwerp van decreet downloaden
via de website van het Hoger
Onderwijs, onder 'Regelgeving', 'Regelgeving met betrekking
tot de bachelor-masterstructuur in Vlaanderen'.
April 2004: De omzendbrief is gearriveerd!
Bedankt voor de vele mailtjes die jullie hebben gestuurd! We hebben
donderdag 1 april jongstleden de omzendbrief ontvangen; verder mailen
is voorlopig niet meer nodig. We zoeken nu uit welke verdere stappen
we nog moeten nemen en we houden jullie op de hoogte.
U kunt de volledige versie van de omzendbrief
lezen op de website van het Hoger
Onderwijs, onder 'Regelgeving', ''Visitatie van de opleidingen
van het hoger onderwijs voor sociale promotie'.
Maart 2004: Oproep tot mailactie (is
inmiddels stopgezet...)
In september 2003 liet minister Vanderpoorten optekenen in De
Bond: 'De visitatie met het oog op een mogelijke erkenning
van de bachelortitel staat los van deze of gene hogeschool. In de
komende weken kan ook voor het HIG de visitatieprocedure opgestart
worden, op voorwaarde dat dit instituut intussen werk maakt van
de zelfevaluatie...'
Dezelfde belofte werd ook gedaan aan de studenten van het derde
jaar die kort daarop een onderhoud hadden met de heer Yperman, kabinetsmedewerker
van minister Vanderpoorten.
Mede dankzij een massale e-mail actie van de studenten
kwam de omzendbrief uiteindelijk toch en dienden we ons zelfevaluatierapport
in.
Wij geven u graag nog deze wijsheid mee:
"De toekomst is geen plaats waar we naartoe gaan, maar een
plaats die we zelf creëren. De paden er naartoe moeten we niet
vinden, maar zelf aanleggen." John Schaar.
|