|
Historische schets
Het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen ging in 1960 van start
op initiatief van de toenmalige ‘Bond van Grote en van Jonge
Gezinnen’, nu bekend als de Gezinsbond,
een pluralistische organisatie die meer dan driehonderdduizend leden
telt. Het instituut werkt vandaag geheel onafhankelijk van de Gezinsbond,
maar weet zich via vele contacten met de gezinsbeweging verzekerd
van een breed maatschappelijk draagvlak.
In 1960 woonden 135 studenten de eerste les gezinswetenschappen
bij. Vandaag tellen we meer dan 1000 cursisten. Aanvankelijk vonden
de cursussen plaats in de lokalen van de Gezinsbond. Toen de groepen
te groot werden, volgden talloze omzwervingen in diverse ruimtes
in het Brusselse. In 1996 vond het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen
een eigen stek in de 'Factorij' in Schaarbeek,
een ruim en fris ogend gebouw dat zijn deuren ook openzet voor conferenties
en vergaderingen van andere organisaties uit de onderwijs- en welzijnssector.
Structuur en aanbod
Sinds de accreditatie van de opleiding
gezinswetenschappen in 2007, maakt het Hoger Instituut voor
Gezinswetenschappen deel uit van de Hogeschool-Universiteit
Brussel, kortweg HUBrussel. In 2008 sloot het instituut een
princiepsovereenkomst voor deze samenwerking, met het oog op een
fusie in 2009-2010. Het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen
blijft op haar eigen campus, ondersteund door haar eigen kader en
met haar eigen focus: volwassen studenten begeleiden in hun streven
naar meer kennis en een hogere beroepskwalificatie. De HUBrussel
biedt het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen daarbij expertise
en steun.
Op 1 september 2009 hevelde het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen
de opleiding seniorenconsulentenvorming
over naar het CVO Hogere
Leergangen voor Fiscale en Sociale Wetenschappen, ingericht
door de vzw EHSAL. Dit CVO is lid van BruCoVo,
de koepel van de ndere Nederlandstalige centra voor Volwassenenonderwijs
en Basiseducatie die actief zijn in het Brussels hoofdstedelijk
gewest.
Concreet zullen de lessen van deze opleiding echter blijven doorgaan
op onze campus in Schaarbeek en zal de inhoudelijke coördinatie
verder worden verzorgd door de medewerkers die tot dan verbonden
waren aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen.
Daarnaast biedt het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen een
reeks van kortlopende
bijscholingen, met als doel de actuele kennis over bepaalde
aspecten van gezinsvorming bij een ruimer publiek bekend te maken
of de competentie in bepaalde gezinsondersteunende methodieken te
verhogen.
Gezinswetenschappen blijft uniek
Ook nu de opleiding gezinswetenschappen in het hoger onderwijs is
opgenomen, blijft ze uniek. Er bestaat slechts één
dergelijke opleiding in Vlaanderen. Het studieprogramma geeft een
coherent overzicht van wat er in verschillende disciplines bestaat
aan actuele kennis over mens, gezin en samenleving.
Ook het doelpubliek is uniek. De gemiddelde leeftijd schommelt rond
de 35 à 36 jaar. De meerderheid combineert deze studie met
een job én kinderen.
De opbouw van het programma en de gebruikte methodes houden rekening
met de eigenheid van volwassen studenten die opnieuw gaan studeren
en die sterke elders verworven competenties in hun bagage hebben.
De achtergrond van de docenten garandeert
de wetenschappelijke onderbouw en de actuele inhoud van de cursussen.
Gezinswetenschappen evolueerde van een persoonlijke bijscholing
naar een volwaardige beroepsopleiding. ‘Persoonlijke verrijking’
blijft evenwel een belangrijk studiemotief, ook voor studenten die
via dit diploma hun werksituatie willen verbeteren. Afgestudeerden
gezinswetenschappen zijn tewerkgesteld
in uiteenlopende functies in het brede welzijnswerk.
In 1963 werd de opleiding gezinswetenschappen erkend en gesubsidieerd
in het kader van het Sociaal Hoger Onderwijs van het Korte Type
voor Sociale Promotie. Sinds 1988 krijgen de afgestudeerden een
graduaatsdiploma.
In 2000 werd de opleiding gezinswetenschappen in een audit door
de onderwijsinspectie grondig doorgelicht. Op basis daarvan werd
het graduaatsniveau van het diploma bevestigd.
Bij de invoering van de bachelor- en
masterstructuur in het hoger onderwijs in Vlaanderen in 2003
bleek dat de graduaten van het volwassenenonderwijs niet automatisch
zouden worden geaccrediteerd als 'professionele bachelors', zoals
wel het geval was voor de graduaten van het voltijdse hoger onderwijs.
Ervan overtuigd dat de kwaliteit van onze HOSP-opleiding vergelijkbaar
is met de huidige professionele bachelors van het hoger onderwijs,
is het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen blijven ijveren voor de mogelijkheid om de opleiding
gezinswetenschappen in te schrijven in de nieuwe BaMa-structuur.
Na de lange weg van zelfevaluatie, visitatie en accreditatie en
niet zonder procedurele hindernissen werd de opleiding gezinswetenschappen
in september 2007 geaccrediteerd. In 2007-2008 kunnen de eerste
'bachelors in de gezinswetenschappen' afstuderen.
De accreditatie vereist evenwel dat de opleiding wordt overgedragen
naar een hogeschool. We kozen voor een samenwerking met de HUBrussel.
Dit proces krijgt in de loop van 2009-2010 zijn definitieve beslag.
(Alle details over dit dossier leest u op onze BaMa-nieuwspagina.)
Het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen profileerde zich
in de loop der jaren via eigen onderzoek, publicaties
en studiedagen als een pluralistisch
forum waar ruimte is om actuele vraagstukken over het gezinsleven
ter discussie te stellen. Zo heeft het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen
einde jaren ‘60 haar steentje bijgedragen in de doorbraak
van ‘verantwoord ouderschap’, toen een heikel punt.
Het thema ‘kinderrechten’ dat vandaag een grote belangstelling
geniet, stond hier reeds eind jaren ‘80 op het programma.
Het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen maakte van 2002-2003
een ‘Jaar van de Vader’, met de publicatie van het boek
Vaders in soorten,
waarmee we de vaderrol willen valoriseren.
De jaren 2004-2005 stonden in het teken van het project Waanzin
van het gezin. Daarin onderzochten we de mogelijkheden en de
valkuilen van duurzame relaties en diverse opvoedingsformules van
de 21ste eeuw. Dit project kreeg een concrete invulling in een onderzoek,
een boek, een studiedag en een tentoonstelling. Ook de openingsles
van 2005-2006 verwees naar dit project.
Na ‘Vaders’ en ‘Waanzin’ werken we van 2006
tot 2008 aan een nieuw thematisch project. In een tijd waarin ‘waarden
en normen’ weer uitdrukkelijk benoemd worden, onderzoekt ‘Zin
in gezin’ de wijze waarop gezinnen vandaag ruimte maken
voor zingeving. Projectgroepen in het tweede jaar gezinswetenschappen
en seminaries in seniorenconsulentenvorming onderzoeken de band
tussen levensbeschouwing, partnerrelaties, opvoeding en intergenerationele
relaties. De resultaten daarvan werden opgenomen in een boek en
gepresenteerd op een studiedag in het najaar van 2008.
Het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen is ook actief op het internationale
forum.
In 2002 heeft het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen samen met Finse, Portugese en Slavische partners
een Grundtvig I-project afgerond. Doel was om nieuwe doelgroepen
tot het volwassenenonderwijs aan te trekken. Het project liep onder
de titel 'ANT: Attracting New Target Groups in Adult Education'.
Van augustus 2005 tot juli 2007 werkte het instituut mee aan het
Grundtvig 2-project 'Second Chance Working Winners' (SCWW), met
als doel methoden te ontwikkelen om competenties van oudere leerders
en werknemers te meten.
In oktober 2007 ging een nieuw Europees project van start. Doel
is de ontwikkeling van een 'Family
Competences Portfolio', een instrument om de kennis, vaardigheden
en competenties te meten die volwassenen hebben verworven in familie
en gezin, met het oog op de validering hiervan, niet alleen op de
arbeidsmarkt maar ook als mogelijke instap in formele opleidingen
en/of vrijstelling van opleidingsonderdelen. Het resultaat wordt
voorgesteld op een internationale conferentie te Brussel, op 23
oktober 2009.
|