Openingsles
25 september 2004
Centrale gast: minister
Frank Vandenbroucke
Verslag
Wanneer een bachelor voor gezinswetenschappen? Deze
vraag liep als een rode draad doorheen alle toespraken tijdens de
plechtige opening van het academiejaar 2004-2005. Na alle acties
die de studenten de vorige jaren ondernamen om straks met een volwaardig
diploma af te studeren, waren we benieuwd naar de antwoorden van
Vlaams minister van Werk, Onderwijs en Vorming Frank Vandenbroucke.
Intro: Hoezo, geen bachelor?
Studenten Philippe Mingels en Guy
Van Aken maakten in de felgesmaakte sketch
vooraf meteen duidelijk waar het over gaat. Tijdens een (gefingeerd)
sollicitatiegesprek blijkt de afgestudeerde gezinswetenschappen
de best geplaatste kandidaat. 'U hebt een rijk gestoffeerde opleiding
achter de rug, die een brede kijk op het welzijnswerk geeft en toch
inleidt in de actuele methodieken... Precies wat wij zoeken: iemand
met visie!' Pas dan blijkt dat dit graduaat geen bachelor werd...
'Dat begrijp ik niet!' roept de werkgever uit. 'Maar met een eeuwige
student als minister van onderwijs komt dat wel in orde', besloten
beiden optimistisch...
Inleiding: Stappen op weg naar Bologna.
Na het welkomstwoordje van voorzitter Manu Keirse vertolkte
directrice Gaby Jennes in haar toespraak
de centrale vraag van deze dag: hoe zal de nieuwe regering gezinswetenschappen
een volwaardige plaats geven in het hoger onderwijslandschap?
Volgens haar is dit dringend nodig omdat gezinswetenschappen:
* beantwoordt aan een sterke maatschappelijke nood - er is behoefte
aan een opleiding die gezinsrelaties centraal stelt,
* perfect past in het Bologna-verhaal (met zijn flexibele opstelling
tegenover volwassen studenten en de erkenning van elkder verworven
competenties) en
* bovenal ook past in het discours van levenslang leren en langer
blijven werken (met zijn sterke effect op het professionele leven
van de afgestudeerden).
'Als het beleid ervan overtuigd is dat een tweede kans, zich heroriënteren,
meer volwassenen toeleiden naar het hoger onderwijs en levenslang
leren, belangrijk zijn, moet de waardering die volwassenen krijgen
ook een volwaardig perspectief bieden. Het toekennen van een gelijk
civiel effect als aan diploma’s verworven in de hogescholen
is daartoe een voorwaarde. Dit gelijke civiele effect vindt uitdrukking
in de titulatuur van de diploma’s en door de opname in het
hoger onderwijsregister.' Een bachelor voor gezinswetenschappen
dus, maar binnen een onderwijskader dat de eigenheid én de
competenties van volwassenen erkent en waardeert.
Academische
rede: Een toekomst voor lerende volwassenen in het hoger en
tertiair onderwijs.
'Geen enkel talent verloren laten gaan, daar gaat het om', zo stelde
Vlaams minister van Werk, Onderwijs en Vorming Frank Vandenbroucke
in zijn toespraak. Het is van cruciaal belang dat mensen hun studiecarrière
meer spreiden over hun loopbaan en (opnieuw) gaan studeren, in combinatie
met werk en gezin. De minister ziet hier een fundamentele rol voor
het volwassenenonderwijs.
Reden te meer om dit volwassenenonderwijs een volwaardige plaats
te geven in het hoger onderwijslandschap. De minister erkent dat
de huidige wetgeving hier een aantal hiaten vertoont. Hij belooft
op korte termijn de ontbrekende bouwstenen daartoe te voorzien.
Toch een bachelor voor gezinswetenschappen? Welke
bouwstenen heeft Vandenbroucke concreet in petto voor gezinswetenschappen?
Het lijkt hem niet meer dan logisch dat deze opleiding, eens zij
het hele parcours van visitatie en accreditatie met goed gevolg
doorlopen heeft, zelf het recht verwerft om een bachelordiploma
uit te reiken.
Maar kan dat ook door de inrichter van deze opleiding, het Hoger
Instituut voor Gezinswetenschappen, Centrum voor Volwassenenonderwijs?
In principe ziet de minister dat niet zitten. Volgens hem kan enkel
de opname in een hogeschool de nodige kwaliteitsgaranties 'bewijzen'
tegenover de buitenwereld... (Ondanks het feit dat het de opleidingen,
niet de instellingen, zijn die via de visitatie en accreditatie
een kwaliteitslabel krijgen? nvdr).
Vandenbroucke begrijpt dat zo'n stap niet evident is en zelfs niet
wenselijk voor het HIG dat pleit voor het behoud van haar identiteit
en haar aanpak. Daarom voorziet de minister een overgangsperiode
van drie tot vijf jaar. Binnen deze periode zou het HIG tijdelijk
zelf het bachelordiploma kunnen uitreiken, steeds op voorwaarde
dat de opleiding de nodige accreditatie verwerft. Bijkomende voorwaarde
zou zijn dat deze instelling zou toetreden tot een associatie.
Tentoonstelling:
Buiten Gewoon. Werk van kunstenaars met een handicap.
Na de toespraken gaf oud-studente gezinswetenschappen Marleen D’Joos,
verantwoordelijke van het project ‘Kunst en handicap’
van de Vlaamse Federatie van Gehandicapten (VFG) toelichting bij
het buitengewoon artistieke werk dat tot stand kwam in het kader
van dit project.
Deze tentoonstelling is nog tot 25 november te bezichtigen
in De Factorij.
>> Meer informatie over deze
tentoonstelling.
De muzikale omlijsting van deze dag was in handen van
pianist Thomas Verbruggen.
|